Meer weten over ons waterbeleid

Waterveiligheid
  • Terugblik op 2016

    Samenvatting voortgangsrapportage Staat van Ons Water 2016
  • Bestuurlijke ontwikkelingen

    De rol van overheden en instanties uitgelegd
    Wie gaat over wat?
  • Waterveiligheid

    Alles rondom waterveiligheid
    Zijn we goed beschermd?
  • Waterkwaliteit

    De kwaliteit van water in onze omgeving
    Hoe zit het met waterkwaliteit?
  • Waterbeschikbaarheid en waterketen

    Over de beschikbaarheid van water
  • Water en leefomgeving

    De invloed van water op de leefomgeving
    Hoe beïnvloed het klimaat en/of water ons landschap?
  • Grote wateren

  • Verduurzaming

    Afvalwater als bron van energie en grondstoffen
    Hoe duurzaam is de waterketen?
  • Inzet wereldwijd

    Nederland: waterexpert van de wereld
    Wat doen we met onze waterkennis?
  • Financiering

    Je waterrekening toegelicht
    Hoeveel kost dat waterbeheer ons?
  • Inleiding

    Nederland ligt voor een groot deel onder het niveau van de zeespiegel en moet daarom altijd alert zijn op mogelijke overstromingen. Ook de mogelijk hoge waterstanden op de rivieren vragen om een wakend oog. Door klimaatverandering neemt de kwetsbaarheid voor overstromingen toe. De inzet van het waterbeleid is dat Nederland de veiligste delta in de wereld blijft. In 2050 is de bescherming tegen overstromingen nog beter. Waar maatregelen nodig zijn worden mogelijke combinaties met andere ontwikkelingen in een gebied verkend, zoals nieuwe natuur of duurzame energieopwekking. Langs de rivieren, de grote wateren en de kust zijn tientallen maatregelen in uitvoering.

    Inlaatwerk hoogwatergeul Veessen Wapenveld
    Inlaatwerk van de hoogwatergeul Veessen - Wapenveld

  • Nieuw waterveiligheidsbeleid

    Voor ons land zijn nieuwe normen voor waterveiligheid opgesteld. Deze normen zijn gebaseerd op de kansen op overstromingen, maar ook op de gevolgen van overstromingen voor een gebied en zijn inwoners. Hoe groter de gevolgen, hoe strenger de norm.

    Voor iedereen in Nederland geldt het zogenoemde basisbeschermingsniveau: de kans dat iemand overlijdt door een overstroming mag niet groter zijn dan 1:100.000 per jaar.

    Leidt een overstroming tot een grote maatschappelijke verstoring in een gebied, met bijvoorbeeld veel slachtoffers en grote economische schade, dan wordt het gebied extra beschermd. Elementen die een rol spelen bij de berekening zijn de verwachte situatie in 2050 voor het aantal inwoners en de economische waarde van een gebied. De gevolgen van een overstroming hangen af van de situatie achter de dijk, de snelheid van overstromen en hoe hoog het water komt.

    Deze nieuwe wetgeving is sinds 1 januari 2017 van kracht. Ook de nieuwe beoordelingsronde van de primaire waterkeringen startte op dat moment. Hiervoor is een nieuwe beoordelingssystematiek ontwikkeld: het Wettelijk Beoordelingsinstrumentarium (WBI). Deze ronde vindt plaats in de periode 2017-2023. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu en de waterschappen hebben gezamenlijk een landelijk draaiboek voor de uitvoering van deze beoordelingsronde opgesteld. Het landelijke beeld dat zich bij deze beoordeling in 2023 vormt zal door de minister aan de Tweede Kamer worden gerapporteerd.

    De informatie-uitwisseling over de beoordeling en over de prioritering en programmering van de versterkingsprojecten, onderdeel van het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP), vindt plaats via het Waterveiligheidsportaal van het Informatiehuis Water.

  • Beoordeling van waterkeringen

    Periodiek worden de primaire waterkeringen beoordeeld op hun waterstaatkundige toestand. In de Waterwet zijn voor elk dijktraject twee waardes opgenomen die samen de norm voor het dijktraject vormen: een signaleringswaarde en een ondergrens.

    De signaleringswaarde geeft het signaal dat er voorbereidingen moeten worden getroffen om de dijk tijdig te gaan versterken. De ondergrens geeft aan waar de dijk niet onder mag komen omdat dan niet meer aan de afgesproken bescherming wordt voldaan.

    Als een kering niet aan de signaleringswaarde voldoet, start een proces dat leidt tot maatregelen die de kering versterken. Voor dat proces is over het algemeen zeker tien jaar de tijd, omdat de signaleringswaarde strenger is dan de ondergrens.

    Wanneer de feitelijke versterking wordt uitgevoerd, hangt af van verschillende factoren, zoals de mate van urgentie, de beschikbaarheid van financiële middelen, de complexiteit van de benodigde maatregelen en uitvoeringscapaciteit.

    Waterveiligheid dijken

  • Beleidsmatige tussenevaluatie grote waterveiligheidsprogramma's

    In 2016 is de beleidsmatige tussenevaluatie van de grote waterveiligheidsprogramma's uitgevoerd (Maaswerken, het Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma en Ruimte voor de Rivier). Centraal in deze evaluatie stond de vraag wat de overheid kan leren van de lopende grote waterveiligheidsprogramma s voor waterveiligheidsopgaven waar de komende jaren aan wordt gewerkt.

    Het onderzoek leverde een veelheid aan lessen op. In grote lijnen valt op dat de drie grote programma s goede resultaten hebben bereikt, zowel voor waterveiligheid als voor ruimtelijke kwaliteit. Hierbij is geconstateerd dat een dubbeldoelstelling voor een programma (zoals bij Ruimte voor de Rivier en Maaswerken) helpt bij het realiseren van ruimtelijke kwaliteit, maar hiervoor niet noodzakelijk is. Ook zonder dubbeldoelstelling en met het uitgangspunt sober en doelmatig (HWBP-2) is veel meegekoppeld. Mooie voorbeelden binnen HWBP-2 zijn de Hondsbossche en Pettemer zeewering en Kustwerk Katwijk. Van belang is, zo blijkt uit de tussenevaluatie, om vroegtijdig meekoppelkansen in beeld te krijgen en te zorgen voor cofinanciering. Het helpt om de inhoudelijke opgave in een gebied centraal te stellen en niet de oplossing.

    Kustwerk KatwijkKustwerk Katwijk, een goed voorbeeld van het combineren van verschillende functies

    De onderzoekers stelden vijf strategische noties op om over na te denken bij de invulling van de waterveiligheidsprogramma's van de toekomst. De aandacht voor inbedding van waterveiligheidsopgaven in gebiedsopgaven (en daarmee ook voor de rol van mede-overheden) en adaptieve uitvoering springen er hierbij uit.

    Bij een gebiedsgerichte aanpak is waterveiligheid niet altijd meer de enige opgave. Meerdere opgaven worden in samenhang bekeken. Gemeenten en in het bijzonder provincies als gebiedsregisseur zijn steeds belangrijkere spelers bij waterveiligheidsprogramma's. Dit vraagt om een nieuwe manier van samenwerken en helderheid in rollen, taken en verantwoordelijkheden. Maar ook de opgave van beheerders van waterkeringen, om een slimme vertaling te maken van de veiligheidsopgave van een dijktraject naar projecten in het gebied, is nog een punt voor doorontwikkeling.

    Tot slot blijkt uit de evaluatie dat de status van groot project voor een programma duidelijke voordelen heeft. Het geeft gestructureerd inzicht en overzicht, en houdt de waterveiligheidsaanpak op de politieke agenda.

    Kamerbrief: Wetgevingsoverleg Water, 14 november 2016 (brief en bijlage eindrapport).

  • Stand van zaken grote projecten

    Over de grote projecten Ruimte voor de Rivier, Maaswerken en het Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma worden halfjaarlijkse rapportages aan de Tweede Kamer aangeboden. Hieronder wordt van deze projecten de stand van zaken weergegeven per 1 januari 2016. Noemenswaard is in het bijzonder het programma Ruimte voor de Rivier waar eind 2016 voor 30 van de 34 projecten de mijlpaal Waterveiligheid werd behaald. Begin 2017 is daar het project Hoogwatergeul Veessen-Wapenveld nog aan toegevoegd.



    Zand- en Grensmaas, stand van zaken 1 januari 2017

    Hoogwaterbeschermingsprogramma 2, stand van zaken 1 januari 2017

    Ruimte voor de Rivier, stand van zaken 1 januari 2017

    Ruimte voor de Rivier, tabel, stand van zaken 1 januari 2017

  • Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP)

    Samen de primaire waterkeringen in Nederland op orde krijgen. Dat is in essentie waar de alliantie van waterschappen en het Rijk in het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) sinds 2014 aan werkt. De basis van het HWBP wordt gevormd door de primaire waterkeringen die in de derde (verlengde) toetsronde zijn afgekeurd op grond van de toen geldende normen. Vanaf 2017 worden ook de dijktrajecten bij het HWBP aangemeld waarvan de beheerder bij de beoordeling op basis van de nieuwe normen constateert dat het beschermingsniveau onder de signaleringswaarde is gezakt. Sinds 2014 wordt bij de uitvoering van projecten ook al zoveel mogelijk geanticipeerd op de nieuwe normen. Op basis van onder andere de informatie uit de derde toetsing worden de maatregelen in het HWBP geprioriteerd en geprogrammeerd. Het Hoogwaterbeschermingsprogramma wordt elk jaar door de minister van Infrastructuur en Milieu vastgesteld als onderdeel van het Deltaprogramma (Deltaplan waterveiligheid).

    Het Hoogwaterbeschermingsprogramma kent een nieuwe opzet ten opzichte van eerdere hoogwaterbeschermingsprogramma s. Deze kenmerkt zich behalve door de nauwe samenwerking tussen waterschappen en het Rijk met een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de uitvoering ook door een gezamenlijke financiering op basis van een gelijke bijdrage van Rijk en waterschappen (50-50 procent) aan een zogenoemde dijkrekening. De waterschappen dragen als collectief 40 procent bij aan de dijkrekening (via een kostenverdeelsleutel). De overige 10 procent betreft een projectgebonden bijdrage van het waterschap dat verantwoordelijk is voor de versterkingsmaatregel. Maatregelen aan primaire waterkeringen die in beheer zijn van het Rijk, worden door het Rijk betaald.

    Het programma heeft een voortrollend karakter. Dit betekent dat beheerders maatregelen op elk moment kunnen aanmelden voor het HWBP. Het wordt jaarlijks geactualiseerd en steeds voor een periode van zes jaar opgesteld, met een doorkijk naar twaalf jaar. De versterkingsmaatregelen doorlopen een werkwijze gebaseerd op de MIRT-systematiek (Verkenning, Planuitwerking en Realisatie) met vergelijkbare beslismomenten die zijn gekoppeld aan de verlening en vaststelling van de subsidie.

    Onderscheidend is verder het stimuleren van het delen van kennis via zogenaamde Project Overstijgende Verkenningen en de toepassing van innovatieve technieken. Deze worden voor honderd procent gesubsidieerd uit de dijkrekening en hebben als doel om het totale programma slimmer, sneller en goedkoper uit te voeren. Doelmatigheid staat daarbij centraal. Daarnaast vragen ook onderwerpen als gebiedsontwikkeling, ruimte en water en duurzaamheid meer en meer aandacht bij de uitvoering van de projecten.

    De veiligheidsopgave bedraagt op dit moment in totaal 1302 kilometer dijk en 799 kunstwerken (op basis van de derde landelijke toetsing).
    In het Hoogwaterbeschermingsprogramma is tot 2022 803 km dijk geprogrammeerd die bij  de laatste toetsing niet aan de norm voldeed (plus 140 kilometer kilometer die ingevolge de nieuwe normering moet worden aangepakt) en 468 kunstwerken. In 2016 is bij de uitgevoerde projecten 15,6 km aan dijklengte en 7 kunstwerken versterkt. Daarmee is de in totaal gerealiseerde veiligheidsopgave inmiddels 38,6 km dijklengte en 9 kunstwerken. In de periode tot 2019 bevinden nog relatief veel projecten zich in de verkennings- of planstudiefase, maar komt het programma meer en meer op stoom. Vanaf 2020 neemt het aantal gerealiseerde projecten toe en daarmee ook de mate waarin aan de veiligheidsopgave wordt voldaan. In 2050 moeten de dijken en de kunstwerken allemaal aan de nieuwe normering voldoen.

    Trajecten die in 2016 gereed kwamen waren bijvoorbeeld de Diefdijk en het dijktraject Capelle-Moordrecht. De verbetering van een deel van de Lekdijk tussen Kinderdijk en Schoonhoven kreeg vanwege haar innovatieve karakter om woningen langs de dijk te sparen de Infratech innovatieprijs.
    Wat betreft de te verbeteren kunstwerken zijn er van de 468 nu 9 gereed.

  • IJsseldelta Fase 2

    IJsseldelta Fase 2 is het vervolg op het Ruimte voor de Rivier-project IJsseldelta Fase 1. Het doel van het project is het behalen van een waterstanddaling van minimaal 41 cm bij Zwolle (bij km 979 van de IJssel) om te voldoen aan de doelstelling van de Planologische Kernbeslissing (PKB) Ruimte voor de Rivier. In de eerste fase van het project (periode 2010-2019) is het zomerbed van de IJssel bij Kampen verlaagd en wordt een hoogwatergeul aangelegd ten zuiden van Kampen.

    Om deze hoogwatergeul (het Reevediep) volwaardig te laten functioneren, dient een aantal kunstwerken te worden aangepast en aangelegd. Dit gebeurt in Fase 2. Het gaat hierbij om de bouw van een nieuwe brug voor de N307 in combinatie met amovering van de Roggebotkering en de Roggebotsluis (uitvoering provincies Flevoland en Overijssel), versterking van de Drontermeerdijk (uitvoering Waterschap Zuiderzeeland), de bouw van een schutsluis en spuiwerk in de Reevedam (uitvoering Rijkswaterstaat) en hoogwatervoorzieningen voor recreatieterrein Roggebot (uitvoering provincie Overijssel).

    In december 2016 nam de minister van Infrastructuur en Milieu de voorkeursbeslissing. Het project ging van de verkenningsfase naar de planuitwerkingsfase. Op 14 december 2016 werd de Bestuursovereenkomst IJsseldelta Fase 2 ondertekend door het ministerie van IenM en de regionale betrokken partijen (provincies Flevoland en Overijssel en Waterschap Zuiderzeeland).

    De uitvoering van Fase 1 zorgt voor een waterstanddaling van ongeveer 20 cm, Fase 2 voor de overige ruim 20 cm. De verwachte oplevering van het project Fase 2 is 2022. Het taakstellend budget bedraagt 121 miljoen euro (prijspeil 2016, inclusief BTW).

    Kamerbrief: Wetgevingsoverleg Water, 14 november 2016 (brief)

  • Waterveiligheid rivierengebied

    Vanaf 2015 werken het Rijk en de regio's binnen het Deltaprogramma samen de voorkeursstrategie uit voor de waterveiligheid in het rivierengebied. Voor de termijn tot 2030 zijn in 2016 twee MIRT-verkenningen voor rivierverruiming langs de Rijn gestart: Varik-Heesselt en Rivierklimaatpark IJsselpoort. Voor de Maas is afgesproken dat er drie MIRT-verkenningen gestart worden naar zogenoemde koplopers (rivierverruimingen bij Venlo, Ravenstein-Lith en Oeffelt) en dat er bij vijf HWBP-verkenningen naar dijkversterking ook dijkteruglegging meegenomen wordt om te voorkomen dat de versterkte en verhoogde dijken een blokkade vormen voor de rivier.

    Voor de periode vanaf 2030 tot 2050 (en daarna) zijn door de regio Rijn varianten van maatregelpakketten voor rivierverruiming in samenhang met dijkversterking samengesteld. Deze worden meegenomen in een afwegingsproces, met onder meer een MKBA. Voor de Maas zijn deze varianten nog in bewerking. Verwacht wordt dat er na de afweging concrete bestuurlijke afspraken over de maatregelen voor Rijn en Maas kunnen worden gemaakt.

    Lent Nijmegen
    Nieuwe brug Nijmegen-Lent in het kader van Ruimte voor de Waal

  • Kustpact

    In overleg met bijna zestig partijen heeft het ministerie van Infrastructuur en Milieu in 2016 het Kustpact opgesteld. Hierin zijn afspraken gemaakt over recreatiemogelijkheden en nieuwe recreatieve bebouwing aan de Nederlandse kust. Om de balans in tact te houden tussen bescherming en behoud van de kust enerzijds en de ontwikkeling van de kustzone anderzijds, is in het Kustpact een zonering afgesproken. Deze zonering geeft duidelijkheid over die delen van de kustzone waarin geen nieuwe recreatieve bebouwing is toegestaan en in welke delen dat wel mogelijk is, en onder welke voorwaarden.

    De provincies werken de zonering in overleg met de betrokken partijen nader uit. Vooruitlopend daarop streven de partijen ernaar om bij de voorbereiding van nieuwe ruimtelijke plannen voor de kustzone, zoveel mogelijk te handelen naar de vast te leggen zonering. De zonering wordt in beleid en regelgeving vastgelegd op basis van de geldende procedures.

    De kustzone bestaat uit de Noordzeekust van de Waddeneilanden, de Hollandse kustboog en de Zuidwestelijke Delta, inclusief de mondingen van de zeearmen. Op land bestaat de kustzone uit het strand, alle duingebieden en gebieden landinwaarts waar het ruimtegebruik, de economie en ecologie rechtstreeks onder invloed staan van de zee.

    Partijen die het pact hebben getekend zijn de provincies, gemeenten en waterschappen in Zuid-Holland, Noord-Holland, Zeeland en Friesland, samen met Natuurmonumenten en Natuur en Milieufederatie Zuid-Holland, namens de Coalitie Bescherm de Kust. Ook de recreatiesector, drinkwaterbedrijven en organisaties zoals ANWB, RECRON, KHN, HISWA, StrandNederland, NBTC en Staatsbosbeheer hebben het Kustpact ondertekend.

    Kustpact

  • Basiskustlijn

    De Basiskustlijn (BKL) is de in 1990 vastgestelde kustlijn die Nederland minimaal wil handhaven om beschermd te zijn tegen overstromingen. Jaarlijks voert Rijkswaterstaat kustlijnmetingen uit langs 1.465 denkbeeldige lijnen, loodrecht op de kust op min of meer even grote afstand van elkaar. Deze lijnen worden raaien genoemd. Het aantal raaien waarin de BKL wordt overschreden, mag maximaal 15 procent zijn. Het streven is om het aantal BKL-overschrijdingen rond de 10 procent te houden. In 2016 was de overschrijding van de basiskustlijn (8%) ruimschoots onder de afgesproken norm (10%).

    Basiskustlijn-overschrijdingenJaarlijkse hoeveelheden zandsuppleties en percentages raaien waarin de Basiskustlijn (BKL) is overschreden.

  • Suppleren voor kustlijnzorg

    Om de BKL en het kustfundament te kunnen handhaven, wordt jaarlijks gemiddeld 12 miljoen m3 zand gesuppleerd. In 2016 is 8,49 miljoen m³ zand gesuppleerd. In de afgelopen jaren zijn ook de Zandmotor en de Versterking van de zwakke schakels gerealiseerd. Als de suppletiehoeveelheden hiervan worden meegenomen in de totale suppletiehoeveelheid, kom je tot ruim 12 miljoen m³ zand per jaar die is toegevoegd aan het kustsysteem.

    Het meerjaren suppletieprogramma 2012-2015 kent een uitvoeringsperiode van 2011-2016. Dit wordt veroorzaakt door de destijds gekozen marktstrategie. Om een zo gunstig mogelijke prijs voor de suppleties te bedingen, zijn contracten voor een periode van vier jaar afgesloten, die aannemers meer ruimte bieden om de suppleties in de tijd te spreiden. De prognose was dat de afgesproken suppleties met een omvang van 48 miljoen m³ zand in de periode 2012-2015 (met uitloop naar 2016 vanwege een tweejarige uitvoeringstermijn) volledig zouden worden uitgevoerd. Door een bezwaar op de gunningen van de suppleties is dit niet geheel gerealiseerd. Hierdoor wordt 8,6 miljoen m³ van het programma 2012-2015 in 2017 gerealiseerd.

    Realisatie en prognose zandsuppleties
    Realisatie en prognose zandsuppleties
    (Bron: Rijkswaterstaat, 2016)



    Zandsuppletie bij aanleg Zandmotor Ter Heijde in 2011

  • Richtlijn overstromingsrisico's

    Overstromingsrisico- en gevaarkaarten
    De Europese Richtlijn Overstromingsrisico's (ROR) verplicht EU-landen tot het maken van overstromingsrisico- en gevaarkaarten en overstromingsrisicobeheerplannen. De overstromingsrisico- en gevaarkaarten geven inzicht in de significante overstromingsrisico's voor de stroomgebieden Rijn, Maas, Schelde en Eems.

    Overstromingsrisicobeheerplannen
    In 2015 zijn door het Rijk in overleg met decentrale overheden de overstromingsrisicobeheerplannen voor de stroomgebieden Eems, Rijn, Maas en Schelde afgerond. De plannen geven een overzicht van maatregelen in Nederland op gebied van preventie (voorkomen van overstromingen), ruimtelijke inrichting en crisisbeheersing (gericht op het beperken van de gevolgen). De overstromingsrisicobeheerplannen maken onderdeel uit van het Nationaal Waterplan 2016-2021 en worden om de zes jaar geactualiseerd.

    Crisisbeheersing
    De overstromingsrisico- en gevaarkaarten en de overstromingsrisicobeheerplannen leveren een bijdrage aan het vergroten van het waterbewustzijn van burgers en bedrijven. Zij moeten voorbereid zijn op de kans dat er een overstroming plaatsvindt. Vergroting van het waterbewustzijn van burgers en het weerbaar maken van vitale sectoren zijn daarom belangrijk, maar ook het prepareren van organisaties voor het mogelijk optreden van een crisis is noodzakelijk.

    Een goede voorbereiding is essentieel om te kunnen handelen bij het optreden van een crisis. Vanaf 2014 werken de waterschappen gezamenlijk aan een uitvoeringsprogramma crisisbeheersing. Door opleiden, trainen, oefenen en het afstemmen met andere crisispartners, werken de waterschappen aan een professionele crisisorganisatie.

  • Regionale waterkeringen

    Waterschappen en Rijkswaterstaat beheren in totaal circa 10.000 km aan regionale waterkeringen. Deze keringen zorgen samen met de primaire keringen voor de bescherming van Nederland tegen overstromingen en wateroverlast.

    Op 1 juli 2016 zijn de veiligheidsnormen voor de regionale waterkeringen die bij het Rijk in beheer zijn van kracht geworden. Rijkswaterstaat zal in 2017 en 2018 toetsen of deze regionale waterkeringen aan de normen voldoen. In de afgelopen jaren hebben de waterschappen de bij hen in beheer zijnde regionale keringen getoetst aan de (provinciale) normen en waar nodig verbeterprojecten uitgevoerd. De komende jaren worden deze verbeterprogramma's voortgezet. In een gemeenschappelijk programma wordt onderzoek gedaan naar de toekomstige opgaven, zoals klimaatverandering en bodemdaling. De waterschappen en provincies werken samen aan een geactualiseerde visie op regionale waterkeringen. Daarin wordt onder meer verkend in hoeverre de nieuwe veiligheidsbenadering voor primaire keringen kan worden toegepast op regionale keringen.

    Zorgplicht waterkeringen
    De waterschappen en Rijkswaterstaat zorgen voor het noodzakelijke (preventieve) beheer en onderhoud om de waterkeringen aan de veiligheidseisen te laten voldoen. Daarvoor dienen de keringen regelmatig te worden geïnspecteerd, om te beoordelen of de fysieke toestand van de keringen nog in overeenstemming is met die veiligheidseisen. De Inspectie voor Leefomgeving en Transport (ILT) ziet er voor de primaire keringen op toe dat de keringbeheerders op de juiste wijze uitvoering geven aan de zorgplicht.

    Waterschappen en Rijkswaterstaat spraken in 2015 af om nauw samen te werken bij de invulling van de zorgplicht voor primaire waterkeringen. Onder aansturing van een stuurgroep zijn in 2016 een gezamenlijke agenda, een handreiking basiseisen uitvoering zorgplicht en een handreiking rapportage zorgplicht opgesteld. In 2017 gaat het formele toezicht op de zorgplicht door de ILT van start.

  • Muskus- en beverratten

    Muskus- en beverratten worden gevangen omdat zij een risico vormen voor de veiligheid van waterkeringen. Doordat ze uitgebreide gangenstelsels graven in oevers, ondermijnen ze de stabiliteit van dijken en kades waardoor deze verzwakken. Het aantal gevangen muskusratten daalde in 2016 ten opzichte van 2015 met 9 procent tot 81.125. Er zijn grote regionale verschillen in vangsten, maar de al langer geleden ingezette daling zet zich verder voort.

    Het aantal gevangen beverratten nam in 2016 ten opzichte van 2015 met 57 procent toe tot 1.897. De vangsten concentreren zich in het grensgebied met Duitsland: 93 procent van de vangsten vindt plaats in een strook van vijf kilometer langs de grens met Duitsland. Door achtereenvolgende zachte winters, is de populatie beverratten in Duitsland - en daarmee de instroom naar Nederland - sterk toegenomen.

  • Bevers

    De succesvolle herintroductie van de bever heeft ook een keerzijde: er komt regelmatig bevergraverij in waterkeringen voor. De bever staat op de lijst van bedreigde diersoorten en wordt bovendien beschermd door de Wet natuurbescherming. Rijkswaterstaat en de waterschappen beraden zich samen met de Zoogdiervereniging op de mogelijke aanpak van het probleem.

Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Rijkswaterstaat, Unie van Waterschappen, VNG, IPO en Vewin.

Over De Staat van Ons Water

Elk jaar wordt aan de Tweede Kamer gerapporteerd hoe het staat met de uitvoering van het waterbeleid in Nederland. Dat gebeurt middels de Staat van Ons Water. De rapportage vermeldt de ontwikkelingen in het voorgaande jaar en wordt jaarlijks in mei geactualiseerd. De getoonde gegevens gaan daarom grotendeels over 2015.

Op staatvanonswater.nl vind je algemene informatie over aansprekende onderwerpen zoals de beschikbaarheid van schoon water, hoe ons land beschermd wordt tegen overstromingen en hoe de Nederlandse expertise op watergebied wereldwijd wordt ingezet. Wat het waterbeheer zoal kost en wat en waarvoor je precies betaalt wordt ook uit de doeken gedaan.

Het beleid waarover wordt gerapporteerd is vastgelegd in het Nationaal Waterplan 2016-2021, het Bestuursakkoord Water 2011 en de Beleidsnota Drinkwater. In de Staat van Ons Water wordt eveneens verslag gedaan over de uitvoering van de Europese richtlijnen over waterkwaliteit, overstromingsrisico’s en de mariene strategie voor de Noordzee.  

De vele links op de site helpen je om makkelijk te kunnen doorklikken naar verdere achtergrondinformatie.

Over Ons Water

Wij willen Nederlanders bewuster maken van water. Door te laten zien wat er aan watermanagement gebeurt in Nederland en bij jou in de buurt. Door te laten zien wat er nodig is voor de toekomst, want we zijn nooit klaar met ons water. En door tips te geven wat je zelf kunt doen. 

Kijk op onswater.nl. Daar kun je op jouw postcode informatie en verhalen vinden.

Vragen of opmerkingen?

Voor vragen, opmerkingen en/of suggesties over staatvanonswater.nl kun je mailen naar: info@staatvanonswater.nl