Meer weten over ons waterbeleid

Waterveiligheid
  • Samenvatting

    Samenvatting voortgangsrapportage Staat van Ons Water 2017
  • Bestuurlijke ontwikkelingen

    De rol van overheden en instanties uitgelegd
    Wie gaat over wat?
  • Waterveiligheid

    Alles rondom waterveiligheid
    Zijn we goed beschermd?
  • Waterkwaliteit

    De kwaliteit van water in onze omgeving
    Hoe zit het met waterkwaliteit?
  • Waterbeschikbaarheid en de waterketen

    Over de beschikbaarheid van water
    Is er voldoende water?
  • Water en leefomgeving

    De invloed van water op de leefomgeving
    Hoe beïnvloed het klimaat en/of water ons landschap?
  • Grote wateren

    Het Rijk draagt de verantwoordelijkheid voor waterveiligheid en goede zoetwatervoorziening in de grote wateren zoals het IJsselmeer, de Rijn-Maasdelta en het kust- en Waddengebied. In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staat de gebiedsgerichte uitwerking van plannen en maatregelen voor de grote wateren. Voor de Noordzee is de Kaderrichtlijn Mariene Strategie richtinggevend.
  • Water en duurzaamheid

    Afvalwater als bron van energie en grondstoffen
    Hoe duurzaam is de waterketen?
  • Innovatie en internationaal

    Nederland: waterexpert van de wereld
    Wat doen we met onze waterkennis?
  • Financiën

    Je waterrekening toegelicht
    Hoeveel kost dat waterbeheer ons?
  • Waterveiligheid

    Het werken aan waterveiligheid is in ons land nooit klaar. Waterkeringen, zoals dijken, duinen en dammen, beschermen zestig procent van Nederland tegen overstromingen. In dit overstroombare gebied wonen negen miljoen mensen. Dit aantal neemt toe. Ook de economische waarde in deze gebieden stijgt. In dit deel van Nederland wordt zeventig procent van ons bruto nationaal product verdiend. Maatschappelijk gezien is voortdurende aandacht voor de waterveiligheid van cruciaal belang voor de leefbaarheid en economie van Nederland. 


  • Nieuwe normering waterveiligheid

    Nederland telt 3.445 kilometer primaire waterkeringen. De primaire keringen beschermen ons land tegen buitenwater, zoals o.a. de Noordzee, de Waddenzee, de grote rivieren en een aantal grote meren. Voor de primaire keringen heeft Nederland nieuwe normen voor waterveiligheid opgesteld. De nieuwe normen zijn tot stand gekomen in het kader van de Deltabeslissing Waterveiligheid en vervolgens verankerd in de wijziging van de Waterwet die op 1 januari 2017 van kracht werd.

    De nieuwe waterveiligheidsnormen zijn gebaseerd op de kansen op overstromingen, maar ook op de gevolgen van overstromingen voor een gebied en de inwoners. Hoe groter de gevolgen, hoe strenger de norm. Voor iedereen in Nederland geldt het zogenoemde basisbeschermingsniveau: de kans dat iemand overlijdt door een overstroming mag niet groter zijn dan 1:100.000 per jaar. Gebieden waar veel slachtoffers kunnen vallen of waar de economische schade na een overstroming groot zou zijn, worden extra beschermd. Elementen die een rol spelen bij de berekening, zijn de verwachte situatie in 2050 voor het aantal inwoners en de economische waarde van een gebied. De gevolgen van een overstroming hangen af van de situatie achter de dijk, de snelheid van overstromen en hoe hoog het water komt.

    De nieuwe normering waterveiligheid werd op 1 januari 2017 van kracht middels een wijziging van de Waterwet. Ook de nieuwe beoordelingsronde van de primaire waterkeringen startte op dat moment. Hiervoor is een nieuwe beoordelingssystematiek ontwikkeld. Die is vastgelegd in de Regeling veiligheid primaire waterkeringen: het Wettelijk Beoordelingsinstrumentarium. De beoordeling wordt uitgevoerd in de periode 2017-2023. Waterkeringen waar de signaleringswaarde is bereikt, kunnen worden aangemeld bij het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Tot en met 2050 hebben Rijkswaterstaat en de waterschappen de tijd om de dijken en duinen te versterken.
  • Beoordeling van waterkeringen

    Periodiek worden de primaire waterkeringen beoordeeld op hun waterstaatkundige toestand. In de Waterwet zijn voor elk dijktraject twee waardes opgenomen: een signaleringswaarde en een ondergrens. Op basis van de signaleringswaarde kan de versterkingsopgave doorgaans tijdig in beeld worden gebracht. De ondergrens is de overstromingskans die hoort bij het minimale beschermingsniveau dat de kering moet bieden. Na melding van de overschrijding bij de minister van Infrastructuur en Waterstaat start een onomkeerbaar proces van versterking. Vanaf dit moment wordt bekeken wanneer en op welke wijze de toekomstige waterveiligheidsopgave het beste kan worden aangepakt. Wanneer de feitelijke versterking wordt uitgevoerd hangt af van verschillende factoren, zoals de mate van urgentie, de beschikbaarheid van financiële middelen, de complexiteit van de benodigde maatregelen en uitvoeringscapaciteit.

    Waterveiligheid - Verloop van de veiligheid tijdens levensduur van de dijk

  • Waterwet - Omgevingswet

    In 2017 zijn de voorbereidingen getroffen voor de omzetting van de Waterwet naar de Omgevingswet. Dit verloopt via het Invoeringsbesluit Omgevingswet. De waterschappen, provincies en staf Deltacommissaris hebben intensief overlegd over een zo veel mogelijk beleidsneutrale omzetting. De Universiteit Utrecht heeft onderzoek gedaan naar de juridische status van waterveiligheidsnormen onder de Omgevingswet. Begin 2018 is begonnen met het schrijfproces van de wetgeving.

  • Grote Projecten (waterveiligheidsprogramma's)

    Maaswerken

    De hoogwaters van 1993 en 1995 vormden de aanleiding voor het programma Maaswerken, dat drie doelstellingen kent: waterveiligheid, natuurontwikkeling en grindwinning. In 2017 is voor Maaswerken een belangrijke doelstelling gerealiseerd, namelijk de waterveiligheidsdoelstelling voor de Grensmaas. Een jaar eerder werd al de waterveiligheidsdoelstelling voor de Zandmaas behaald. Dit maakt dat bewoners langs de Limburgse Maas aanzienlijk beter beschermd zijn tegen overstromingen dan medio jaren ’90.

    Er wordt nog steeds gewerkt langs de Maas. Het Consortium Grensmaas is nog volop bezig met het verder inrichten van diverse locaties bij de Maas en het verwerken en vermarkten van grind. Waterschap Limburg is aan de slag om de resterende sluitstukkaden te realiseren.

    Voor de Maaswerken is echter het grootste deel van de inspanning geleverd en het overgrote deel van het budget besteed. Vanuit die wetenschap heeft de Tweede Kamer in 2017 voor dit programma besloten om de procedure in gang te zetten die leidt tot beëindiging van de zogeheten grootprojectstatus. Hiertoe is in maart 2018 de eindevaluatie aan de Tweede Kamer aangeboden.

    Zand- en Grensmaas

    Ruimte voor de Rivier

    Het programma Ruimte voor de Rivier is gestart in 2006. Sinds die tijd zijn ingrijpende en complexe maatregelen in het rivierengebied gerealiseerd met telkens als dubbele doelstelling waterveiligheid en ruimtelijke kwaliteit. De meeste Ruimte voor de Rivier-maatregelen hebben de waterveiligheidsdoelstelling in 2015 en 2016 bereikt.

    In 2017 bereikten de laatste drie maatregelen van het programma Ruimte voor de Rivier de mijlpaal waterveiligheid. De hoogwatergeul Veessen-Wapenveld was daarvan een belangrijke, met als resultaat een waterstandsverlaging in de IJssel van 71 cm. Van alle projecten is per 2017 ook de ruimtelijke kwaliteit gerealiseerd. Het onafhankelijk adviserende kwaliteitsteam (Q-team) heeft geconstateerd dat de ruimtelijke kwaliteit in de gebieden in enige of sterke mate is verbeterd. Daarmee zijn voor alle 34 maatregelen de beide doelstellingen van het programma per 2017 bereikt.

    In februari 2017 besloot de vaste Kamercommissie voor Infrastructuur en Milieu om de procedure in gang te zetten die leidt tot beëindiging van de zogeheten grootprojectstatus van Ruimte voor de Rivier. In dat kader is een eindevaluatie opgesteld die de minister van Infrastructuur en Waterstaat in maart 2018 aan de Tweede Kamer heeft aangeboden.

    Ruimte voor de Rivier

    Ruimte voor de Rivier

    IJsseldelta fase 2

    IJsseldelta fase 2 is het vervolg op het Ruimte voor de Rivier-project IJsseldelta fase 1. Het doel van dit project is het behalen van een waterstanddaling van minimaal 41 cm in de IJssel bij Zwolle. In de eerste fase van het project (periode 2010-2019) is – naast een zomerbedverlaging van de IJssel – een hoogwatergeul (het Reevediep) aangelegd ten zuiden van Kampen.

    Om deze hoogwatergeul volwaardig te laten functioneren, dient een aantal kunstwerken te worden aangepast en aangelegd. Dit gebeurt in fase 2. Het gaat hierbij om de bouw van een nieuwe brug voor de N307, in combinatie met het verwijderen van de Roggebotkering en de Roggebotsluis (uitvoering provincies Flevoland en Overijssel), versterking van de Drontermeerdijk (uitvoering Waterschap Zuiderzeeland), de bouw van een schutsluis en spuiwerk in de Reevedam (uitvoering Rijkswaterstaat) en hoogwatervoorzieningen voor recreatieterreinen (uitvoering provincie Overijssel).

    In 2017 is de projectbeslissing voor de Reevesluis genomen. De realisatie van deze sluis is daarmee gestart. Minister Van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat sloeg hiervoor op 8 februari 2018 de eerste paal. Energieneutraliteit en duurzaamheid krijgen in de uitvoering extra aandacht. Zo zijn energie- en betonbesparingsmaatregelen verwerkt in het ontwerp. Voor de andere onderdelen van IJsseldelta fase 2 is in 2017 gewerkt aan verdere uitwerking van de plannen.

    IJsseldelta fase 2 - Minister Cora van Nieuwenhuizen slaat eerste paal Reevesluis

    Minister Cora van Nieuwenhuizen sloeg de eerste heipaal van de Reevesluis als start van het project IJsseldelta fase 2

    Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP-2)

    De primaire keringen die in de eerste en tweede toetsingsrondes (2001 en 2006) werden afgekeurd zijn onder handen genomen in het HWBP-2. Van de 87 projecten van het HWBP‑2 zijn alle projecten inmiddels in realisatie dan wel gerealiseerd, met uitzondering van de Markermeerdijk Hoorn-Edam-Amsterdam. In 2017 is ook de Houtribdijk in realisatie gegaan. Het HWBP-2 richt zich nu op het laatste deel van de opgave.

    Voor de Markermeerdijken is in 2017 extra tijd genomen voor het afronden van de participatietrajecten in Uitdam en Durgerdam. De tervisielegging Markermeerdijken vond vanaf eind 2017 tot eind januari 2018 plaats.

    Hoogwaterbeschermingsprogramma 2

    Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP)

    De basisopgave van het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) wordt gevormd door de primaire waterkeringen die in de derde toetsing (2011) zijn afgekeurd op grond van de toen geldende normen. Vanaf 2017 worden ook de dijktrajecten bij het HWBP aangemeld waarvan de beheerder op basis van het nieuwe Wettelijk Beoordelingsinstrumentarium constateert dat het beschermingsniveau onder de signaleringswaarde is gezakt. De meest urgente versterkingsopgaven worden als eerste aangepakt. Het HWBP wordt elk jaar door de minister van IenW vastgesteld als onderdeel van het Deltaprogramma (Deltaplan Waterveiligheid).

    Voortgang realisatie

    De veiligheidsopgave bedraagt op dit moment in totaal 1.302 kilometer dijk en 799 kunstwerken op basis van de derde landelijke toetsing. In het HWBP is tot 2023 922 kilometer dijk geprogrammeerd die bij de laatste toetsing niet aan de norm voldeed, en 470 kunstwerken.

    In 2017 zijn bij de uitgevoerde projecten 5,5 kilometer aan dijklengte en drie kunstwerken versterkt. Daarmee is de in totaal gerealiseerde veiligheidsopgave inmiddels 44,2 kilometer dijklengte en twaalf kunstwerken. Trajecten die in 2017 gereed kwamen waren onder meer Pannerden/Loo en drie locaties op Schouwen-Duiveland.

    In de periode tot 2019 bevinden nog relatief veel projecten zich in de verkennings- of planstudiefase, maar komt het programma meer en meer op stoom. Vanaf 2020 neemt het aantal gerealiseerde projecten toe en daarmee ook de mate waarin aan de veiligheidsopgave wordt voldaan.

    Hoogwaterbeschermingsprogramma 2018-2023


  • Waterveiligheid rivierengebied

    Het Rijk en de regio’s werken binnen het Deltaprogramma samen de voorkeursstrategie uit voor de waterveiligheid in het rivierengebied. De hoofdlijn is een krachtig samenspel van dijkversterking en rivierverruiming.

    Voor de periode vanaf 2030 tot 2050 (en daarna) werken het Rijk en de regio’s Rijn- en Maasvarianten uit. Het gaat om maatregelpakketten voor rivierverruiming in samenhang met dijkversterking. Daarbij worden naast waterveiligheid ook andere opgaven in het rivierengebied in de afweging betrokken, onder meer voor waterkwaliteit, natuur en -recreatie, scheepvaart, sediment- en bodembeheer en ruimtelijke kwaliteit en ontwikkeling. De intentie is om in 2018 bestuurlijke afspraken te maken over het gericht investeren in het rivierengebied, waarbij meerdere opgaven bij elkaar worden gebracht.
  • De kust

    Kustpact

    Op 21 februari 2017 ondertekenden bijna zestig partijen het zogeheten Kustpact. Partijen die het pact hebben getekend zijn de provincies, gemeenten en waterschappen in Zuid-Holland, Noord-Holland, Zeeland en Friesland, samen met Natuurmonumenten en Natuur en Milieufederatie Zuid-Holland, namens de Coalitie Bescherm de Kust. Ook de recreatiesector, drinkwaterbedrijven en organisaties zoals ANWB, RECRON, KHN, HISWA, Strand Nederland, NBTC en Staatsbosbeheer hebben het Kustpact ondertekend. Hiermee zijn afspraken vastgelegd over recreatiemogelijkheden en nieuwe recreatieve bebouwing aan de Nederlandse kust. De provincies werken samen met belanghebbenden een zonering voor hun kustgebied uit om nieuwe recreatieve bebouwing te reguleren. De overheden leggen de zonering vast in beleid en regelgeving. Vooruitlopend daarop handelen de partijen bij de voorbereiding van nieuwe ruimtelijke plannen al zoveel mogelijk volgens de beoogde zonering. Eind 2018 worden de definitieve zoneringen vastgesteld.

    Basiskustlijn

    De Basiskustlijn (BKL) is de kustlijn die Nederland minimaal wil handhaven om beschermd te zijn tegen overstromingen. Begin 2018 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat de herziene ligging van de BKL vastgesteld. Daarmee ligt de basiskustlijn voor een periode van zes jaar vast. De nieuwe BKL is ter hoogte van zwakke schakels zeewaarts verplaatst, vanwege de gekozen zeewaartse oplossingen. Daarnaast is op een enkele locatie een -morfologische optimalisatie doorgevoerd.

    Kustsuppletie

    Jaarlijks worden metingen uitgevoerd om inzichtelijk te maken hoe de kust verandert, op welke plaatsen die afneemt of juist groeit. Op basis van deze metingen wordt het programma Kustlijnzorg opgesteld, waarin wordt aangegeven op welke plaatsen zandsuppleties nodig zijn.

    De kustlijnmetingen worden uitgevoerd door Rijkswaterstaat, langs 1.465 denkbeeldige lijnen loodrecht op de kust op min of meer even grote afstand van elkaar. Deze lijnen worden raaien genoemd. Het streven is om het aantal raaien waar de BKL wordt overschreden onder de 10 procent te houden. In 2017 was de overschrijding van de BKL 8 procent, ruimschoots onder de afgesproken norm.

    Hoeveelheden zandsuppleties en percentages raaien waarin BKL is overschreden

    Jaarlijkse hoeveelheden zandsuppleties en percentages raaien waarin de Basiskustlijn (BKL) is overschreden

    Suppletieprogramma

    Voor de periode 2016-2019 (met uitloop naar 2020) blijkt dat minder zand nodig is dan voorheen om de kust in stand te houden. Dit komt onder meer doordat het recent gesuppleerde zand langer blijft liggen dan verwacht als gevolg van effectievere suppleties. Ook is de laatste jaren circa 35 miljoen m³ extra zand in het kustsysteem aangebracht. Daarvoor zorgden de Zandmotor (2011) en zandige versterkingen binnen het programma Zwakke Schakels (2014). Het suppletieprogramma 2016-2019 wordt jaarlijks geactualiseerd. Vanwege de tijdelijk lagere zandbehoefte wordt in de periode 2016-2019 ongeveer 28 miljoen m³ zand gesuppleerd om de BKL en het kustfundament te kunnen handhaven.

    Realisatie en prognose kustsuppleties

    Realisatie en prognose kustsuppleties

    Kustgenese 2.0

    Binnen het programma Kustgenese 2.0 wordt kennis verzameld over de manier waarop de zandige Nederlandse kust na 2020 zo goed mogelijk in stand kan worden gehouden en beheerd. Niet alleen met het oog op de veiligheid van mensen, maar ook met aandacht voor de kusteconomie en ecologie.

    Het programma Kustgenese 2.0 onderzoekt antwoorden op de volgende vragen:

    • Hoeveel zand is op lange termijn nodig om de kust met de zeespiegel te laten meestijgen?
    • Waar en wanneer is dat zand nodig?
    • Hoe voegen we dit het beste toe aan de kust?

    Het onderzoek loopt van 2015 tot en met 2028. Er zijn drie onderzoekslijnen:

    • Langetermijn kustonderzoek (zie kader Meetcampagne Amelander Zeegat)
    • Pilotsuppletie buitendelta Amelander Zeegat
    • Ecologische monitoring

    In 2020 verschijnt een beleidsadvies als tussenresultaat.

  • Meetcampagne Amelander Zeegat
    Rijkswaterstaat voert voor het lange termijn kustonderzoek metingen uit. Data uit de vele en diverse metingen moet zorgen voor de validatie van zogenoemde morfodynamische modellen. Door deze modellen verder te ijken en te optimaliseren, kan accurater worden voorspeld welke effecten veranderende weersinvloeden op sedimenttransporten hebben, bijvoorbeeld heftiger stormen. 

    In het Amelander Zeegat worden metingen uitgevoerd met vijf grote meetframes. Die hangen vol met instrumenten die waterstand- en stroomgegevens verzamelen. Tevens brengen ze sedimenttransport in kaart en maken ze opnamen van de bodemvormen. Daarnaast zijn studies uitgevoerd waarbij onderzoekers magnetisch, fluorescerend zand en meetboeien in het water verspreiden om sedimentstromen te volgen. Naast de metingen in het Amelander Zeegat worden ook metingen op de diepere vooroever gedaan.

    Meetframes voor pilot Amelander zeegat

    De meetframes voor het Amelander Zeegat
  • Afsluitdijk

    De Afsluitdijk wordt versterkt om aan de huidige normen voor waterveiligheid te voldoen. De dijk wordt overslagbestendig gemaakt door de buitenbekleding te vervangen. De schut- en spuisluizen worden versterkt en er komen krachtige pompen in het sluiscomplex bij Den Oever, zodat meer overtollig water uit het IJsselmeer naar de Waddenzee kan worden afgevoerd. Daarmee krijgt de Afsluitdijk het grootste gemaal van Europa.

    De Afsluitdijk is meer dan een bescherming tegen het water. De dijk grenst aan de natuurgebieden IJsselmeer en Waddenzee, heeft een grote cultuurhistorische en toeristische waarde en is een icoon voor de Nederlandse waterbouw. Nu de Afsluitdijk wordt versterkt, worden ook kansen benut om de andere waarden van de dijk te versterken. De provincies en gemeenten, verenigd in het verband De Nieuwe Afsluitdijk, werken aan projecten op het gebied van duurzame energie, natuur, regionale economie, recreatie en toerisme. Een experimentele Blue Energy-centrale en stromingsturbines draaien al om duurzame energie op te wekken. Daarnaast wordt een unieke vismigratierivier aangelegd, het Vlietermonument verbeterd en is er een beleefcentrum gebouwd.

    Het Rijk levert aan een aantal initiatieven een financiële bijdrage. In november 2016 is de marktuitvraag voor de versterking gestart. In maart 2018 heeft de gunning plaatsgevonden; eind 2018 beginnen de werkzaamheden aan de dijk.

  • Icoon Afsluitdijk

    Bij de renovatie van de Afsluitdijk is het behoud van het bouwkundig erfgoed en de cultuurhistorie een essentieel onderdeel van de plannen. Het design innovatieproject Icoon Afsluitdijk bestaat uit tijdelijke en permanente ontwerpen voor de 32 kilometer lange dijk. In 2017 is een aantal werken van ontwerper en innovator Daan Roosegaarde gerealiseerd, die bijdragen aan de versterking van de cultuurhistorische waarde van de dijk. Roosegaarde en zijn team van ontwerpers, technici en ontwikkelaars bedachten een aantal blijvende en tijdelijke kunstwerken, die de schoonheid van de Afsluitdijk versterken en nieuwe koppelingen maken tussen mens en landschap, verleden en toekomst, duister en licht, poëzie en functionaliteit.

    Icoon Afsluitdijk - Lichtpoort

    Onderdeel van het design innovatieproject Icoon Afsluitdijk is de installatie Lichtpoort, met reflecterende lijnen op de spuicomplexen

  • Richtlijn overstromingsrisico's

    De Europese Richtlijn Overstromingsrisico's (ROR) verplicht EU-landen om overstromingsrisico’s te beoordelen, om overstromingsrisico- en gevaarkaarten te maken en om overstromingsrisicobeheerplannen op te stellen.

    De Nederlandse overstromingsrisico- en gevaarkaarten geven inzicht in de significante overstromingsrisico's voor de stroomgebieden Rijn, Maas, Schelde en Eems. Niet alleen de overstromingsrisico’s vanuit de grote rivieren en de zee staan op de kaart, ook overstromingen vanuit kleinere, regionale wateren zijn opgenomen. De kaarten worden elke zes jaar geactualiseerd.

    De overstromingsrisicobeheerplannen geven een overzicht van alle maatregelen in Nederland die erop gericht zijn het overstromingsrisico te beperken. Opgenomen zijn maatregelen op het gebied van preventie (voorkomen van overstromingen), ruimtelijke inrichting en crisisbeheersing (gericht op het beperken van de gevolgen). De overstromingsrisico-beheerplannen maken onderdeel uit van het Nationaal Waterplan 2016-2021 en worden elke zes jaar geactualiseerd.

    De risicokaarten en beheerplannen leveren tevens een bijdrage aan het vergroten van het waterbewustzijn van burgers en bedrijven.

    In september 2017 heeft de Europese Rekenkamer een succesvol verlopen audit uitgevoerd naar de prestaties van de Richtlijn Overstromingsrisico’s in Nederland. Naast het vergaren van kennis en inzicht over de aanpak in Nederland, gebruikt de Europese Rekenkamer de opgedane ervaringen in het audittraject in acht andere lidstaten, dat eind 2018 wordt afgerond.

  • Regionale waterkeringen

    De waterschappen en Rijkswaterstaat beheren in totaal ruim 10.500 kilometer aan regionale waterkeringen. Deze keringen zorgen samen met de primaire keringen voor de bescherming van Nederland tegen overstromingen en wateroverlast.

    Op 1 juli 2016 werden de veiligheidsnormen van kracht voor de regionale waterkeringen die bij het Rijk in beheer zijn. Rijkswaterstaat toetst in 2017 en 2018 of deze regionale waterkeringen aan de normen voldoen. In de afgelopen jaren hebben de waterschappen de bij hen in beheer zijnde regionale keringen getoetst aan de (provinciale) normen en waar nodig verbeterprojecten uitgevoerd. De komende jaren worden deze verbeterprogramma’s voortgezet.

    In een gemeenschappelijk programma wordt onderzoek gedaan naar de toekomstige opgaven, zoals klimaatverandering en bodemdaling. De waterschappen en provincies werken samen aan een geactualiseerde visie op regionale waterkeringen. Daarin wordt onder meer verkend in hoeverre de nieuwe veiligheidsbenadering voor primaire keringen kan worden toegepast op regionale keringen.

    Zorgplicht waterkeringen

    De zorgplicht waterkeringen houdt in dat de waterschappen en Rijkswaterstaat zorgen voor het noodzakelijke (preventieve) beheer en onderhoud van waterkeringen, zodat deze aan de veiligheidseisen blijven voldoen. In 2017 voerde de Inspectie Leefomgeving en Transport bij negen waterschappen en vier districten van Rijkswaterstaat een audit uit naar de zorgplicht primaire waterkeringen. De audits laten zien dat de beheerders hun zaken in het algemeen goed op orde hebben en goede stappen hebben gezet naar het volledig ‘in control’ zijn.

  • Muskus- en beverratten

    Muskus- en beverratten vormen een risico voor de betrouwbaarheid van waterkeringen. Ze graven uitgebreide gangenstelsels in oevers en ondermijnen daarmee de stabiliteit van dijken en kades, waardoor deze verzwakken. Om dit risico in te dammen, worden zoveel mogelijk ratten gevangen.

    Het aantal gevangen muskusratten daalde in 2017 ten opzichte van 2016 met 24 procent tot 61.859 exemplaren. Er zijn nog regionale verschillen in het aantal vangsten, maar de al langer geleden ingezette daling zet zich verder voort.

    Het aantal gevangen beverratten nam in het afgelopen jaar met 34 procent af tot 1.248 dieren. De beverratvangsten concentreren zich in het grensgebied met Duitsland: 93 procent van de vangsten vindt plaats in een strook van vijf kilometer langs de grens met Duitsland.

  • Bevers

    De succesvolle herintroductie van de bever heeft ook een keerzijde. Er komt steeds vaker graverij door bevers in waterkeringen voor; daarnaast zorgen beverdammen voor ontregeling van het waterpeil. De bever staat op de lijst van beschermde soorten en wordt bovendien beschermd door de Wet natuurbescherming. Rijkswaterstaat en de waterschappen werken samen met de Zoogdiervereniging aan de mogelijke aanpak van het probleem.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Unie van Waterschappen, VNG, IPO en Vewin.

Over De Staat van Ons Water

Elk jaar wordt aan de Tweede Kamer gerapporteerd hoe het staat met de uitvoering van het waterbeleid in Nederland. Dat gebeurt middels de Staat van Ons Water. De rapportage vermeldt de ontwikkelingen in het voorgaande jaar en wordt jaarlijks in mei geactualiseerd. De getoonde gegevens gaan daarom grotendeels over 2017.

Op staatvanonswater.nl vind je algemene informatie over aansprekende onderwerpen zoals de beschikbaarheid van schoon water, hoe ons land beschermd wordt tegen overstromingen en hoe de Nederlandse expertise op watergebied wereldwijd wordt ingezet. Wat het waterbeheer zoal kost en wat en waarvoor je precies betaalt wordt ook uit de doeken gedaan.

Het beleid waarover wordt gerapporteerd is vastgelegd in het Nationaal Waterplan 2016-2021, het Bestuursakkoord Water 2011 en de Beleidsnota Drinkwater. In de Staat van Ons Water wordt eveneens verslag gedaan over de uitvoering van de Europese richtlijnen over waterkwaliteit, overstromingsrisico’s en de mariene strategie voor de Noordzee.  

De vele links op de site helpen je om makkelijk te kunnen doorklikken naar verdere achtergrondinformatie.

Over Ons Water

Wij willen Nederlanders bewuster maken van water. Door te laten zien wat er aan watermanagement gebeurt in Nederland en bij jou in de buurt. Door te laten zien wat er nodig is voor de toekomst, want we zijn nooit klaar met ons water. En door tips te geven wat je zelf kunt doen. 

Kijk op onswater.nl. Daar kun je op jouw postcode informatie en verhalen vinden.

Vragen of opmerkingen?

Voor vragen, opmerkingen en/of suggesties over staatvanonswater.nl kun je mailen naar: info@staatvanonswater.nl