Meer weten over ons waterbeleid

Grote wateren
  • Samenvatting

    Samenvatting voortgangsrapportage Staat van Ons Water 2017
  • Bestuurlijke ontwikkelingen

    De rol van overheden en instanties uitgelegd
    Wie gaat over wat?
  • Waterveiligheid

    Alles rondom waterveiligheid
    Zijn we goed beschermd?
  • Waterkwaliteit

    De kwaliteit van water in onze omgeving
    Hoe zit het met waterkwaliteit?
  • Waterbeschikbaarheid en de waterketen

    Over de beschikbaarheid van water
    Is er voldoende water?
  • Water en leefomgeving

    De invloed van water op de leefomgeving
    Hoe beïnvloed het klimaat en/of water ons landschap?
  • Grote wateren

    Wat gebeurt er rond de Grote Wateren?
  • Water en duurzaamheid

    Afvalwater als bron van energie en grondstoffen
    Hoe duurzaam is de waterketen?
  • Innovatie en internationaal

    Nederland: waterexpert van de wereld
    Wat doen we met onze waterkennis?
  • Financiën

    Je waterrekening toegelicht
    Hoeveel kost dat waterbeheer ons?
  • Grote wateren

    Het Rijk draagt de verantwoordelijkheid voor waterveiligheid en goede zoetwatervoorziening in de grote wateren zoals het IJsselmeer, de Rijn-Maasdelta en het kust- en Waddengebied. De opgaven verschillen per gebied. In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staat de gebiedsgerichte uitwerking van plannen en maatregelen voor de grote wateren. Bijvoorbeeld rivierverruiming, dijkversterking, de afvoerverdeling van water over de grote rivieren, het peilbeheer in het IJsselmeer en de zoetwatervoorziening in de Zuidwestelijke Delta en West-Nederland. Voor de Noordzee is de Kaderrichtlijn Mariene Strategie richtinggevend wanneer het gaat om het mariene milieu. Windparken op zee moeten in 2023 vijf miljoen huishoudens van stroom voorzien.

  • Noordzee

    Strategische Agenda Noordzee 2030

    De ministeries van IenW, LNV, EZK en BZK werken samen met belanghebbende partijen aan de zogeheten Strategische Agenda Noordzee 2030. Die wordt in het najaar van 2018 aan de Tweede Kamer aangeboden. De strategische agenda beschrijft beleidsvoornemens, transitiepa-den en keuzeopties voor de toekomst van de Noordzee. Bij de Strategische Agenda Noordzee zit een uitvoeringsprogramma. Hierin staat welke kennisprogrammering, pilots en andere acties het Rijk, andere overheden, het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen ondernemen om de besluitvorming tussen nu en 2030 te ondersteunen en om transities in gang te zetten.

    Er liggen grote beleids- en maatschappelijke opgaven voor de Noordzee in de komende decennia, zoals die voor windenergie, voortkomend uit de Routekaarten voor Wind op Zee tot 2030. Reeds aangewezen (wind)energiegebieden op zee worden gerealiseerd; voor na 2030 moeten nieuwe gebieden worden aangewezen. Tegelijkertijd moeten onze havens bereikbaar blijven voor de scheepvaart, moet er voldoende ruimte zijn voor de visserijsector en moet rekening worden gehouden met de ontwikkelingen in de kustzone en met het cultureel erfgoed onder water.

    Randvoorwaarden voor het Noordzeebeleid tot 2030 zijn onder meer de mondiale afspraken van het Klimaatverdrag van de Verenigde Naties (VN), de Europese Kaderrichtlijn Mariene Strategie en het Deltaprogramma. Daarnaast moet worden bijgedragen aan de mondiale duurzame ontwikkeldoelen (SDG’s) van de VN.

    De Strategische Agenda Noordzee 2030 is de opmaat voor het nieuwe omgevingsbeleid voor de Noordzee, dat wordt opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI, 2019) en de nadere uitwerking daarvan in het Nationaal Waterprogramma (2021).

    Kaderrichtlijn Mariene Strategie

    De Kaderrichtlijn Mariene strategie (KRM) stelt een juridisch kader vast voor de bescherming van het mariene milieu en is gericht op het voorkomen, verminderen en elimineren van verontreinigingen. Het uiteindelijke doel is het bereiken of behouden van een ‘goede milieutoestand van het mariene milieu’ uiterlijk in het jaar 2020.

    De beoordeling van de huidige milieutoestand van de Noordzee is grotendeels gebaseerd op de OSPAR Intermediate Assessment 2017. Dit zorgt voor coherentie met de rapportage van de andere Noordzeelanden en geeft dieper inzicht in de toestand van de zee. Uit de beoordeling blijkt dat de milieutoestand van het Nederlandse deel van de Noordzee ver-betert en de goede milieutoestand steeds dichterbij komt. Zo neemt de vervuiling aanzienlijk af, zijn er minder nieuwe exoten, gaat het beter met de zeezoogdieren en commerciële visbestanden en zijn er tekenen van herstel van zeldzaam geworden vissoorten. Ook is er minder zwerfvuil op de Nederlandse stranden.

    Deze positieve resultaten zijn het resultaat van alle beleidsinspanningen in de afgelopen jaren, door de verschillende ministeries en partijen in de samenleving, in nationaal en internationaal verband. Zo zijn voor het reduceren van de plastic soep op de Noordzee Green Deals gesloten met havens, de visserijsector, scheepvaartsector en strandeigenaren. Het in september 2016 gepresenteerde rijksbrede programma Circulaire Economie geeft een belangrijke impuls om zwerfvuil en microplastics in zee terug te dringen. Ook in EU- en OSPAR-verband werkt Nederland onder meer aan het terugdringen van microplastics in het mariene milieu. Daarnaast zijn er steeds meer beschermde gebieden op zee en zijn geluidsvoorschriften opgenomen in de kavelbesluiten voor nieuwe windparken. Als de inspanningen onverminderd worden voortgezet komt de goede milieutoestand in 2020 binnen handbereik. Vooralsnog is daarom geen verdere beleidsintensivering nodig.

    Er zijn nog wel enkele aandachtspunten. Zo neemt het broedsucces van zeevogels de afgelopen decennia sterk af. Onderzoek naar de exacte oorzaak hiervan is nodig. Daarnaast kunnen ontwikkelingen zoals nieuwe windparken en klimaatverandering op termijn de milieutoestand beïnvloeden, bijvoorbeeld door verzuring van de zee.

    Voor uitvoering van de KRM beoordeelt Nederland voor 15 juli 2018 opnieuw de milieutoestand van de Noordzee. Waar nodig worden de (gewenste) goede milieutoestand, de milieudoelen en de bijbehorende indicatoren aangepast. Dit is de eerste stap naar de actualisatie van het KRM-programma van maatregelen in 2021. Eind 2018 rapporteert Nederland over de voortgang van het huidige maatregelenprogramma en worden de kaders voor een gezonde zee met duurzaam gebruik herijkt voor de Strategische Agenda Noordzee 2030 en de NOVI.

  • IJsselmeergebied

    Ecologische ambitie Markermeer-IJmeer

    De ecologische kwaliteit van het Markermeer en het IJmeer is sinds de aanleg van de Houtribdijk (1976) fors achteruitgegaan. Door verschillende processen is het voedselaanbod voor vissen en vogels sterk gedaald. De neerwaartse ontwikkeling van de natuurwaarden wordt versterkt door het vele aanwezige slib.

    De rijksoverheid, provincies, gemeenten en waterschappen rondom het Markermeer en IJmeer werken samen aan een Toekomst Bestendig Ecologisch Systeem (TBES) van dit gebied. Door het creëren van meer ecologische diversiteit ontstaat een kwalitatief hoogwaardige leefomgeving met aantrekkelijke natuur en ruimte om de gewenste ruimtelijke en recreatieve ontwikkelingen mogelijk te maken. Ook de ontwikkeling van de Marker Wadden draagt bij aan dit doel. Als alternatief voor het project Luwtemaatregelen Hoornse Hop worden twee nieuwe TBES-maatregelen voorgesteld: verbetering van de land-water overgang langs de Noord-Hollandse Markermeerkust en een verdere uitbreiding van de land-water overgang langs de Houtribdijk ter hoogte van het Enkhuizerzand.

    Aanleg Marker Wadden

    In het oostelijk deel van het Markermeer worden de Marker Wadden aangelegd, een moerasgebied met een bijbehorend onderwaterlandschap. Voor de aanleg wordt slib uit het Markermeer zelf gebruikt. Dit project levert een bijdrage aan de ecologische kwaliteit en aan de verbetering van watergebonden recreatie en economische ontwikkeling. Door eilanden te bouwen uit slib wordt ook ervaring opgedaan met nieuwe innovatieve waterbouwkundige technieken.

    Rijkswaterstaat en Natuurmonumenten realiseren de Marker Wadden in een aantal stappen. In 2016 begon de aanleg van een aantal eilanden met een totale oppervlakte van circa -driehonderd hectare en een onderwaterlandschap met een vergelijkbaar oppervlak. Dit bestaat uit paaiplaatsen, geulen en slenken. In 2017 werd verder gewerkt aan de aanleg van de eilanden. In de zomer van 2018 vallen de nieuwe eilanden droog en krijgt moerasvegetatie de kans. In 2020 vindt de laatste afwerking plaats en vanaf dat moment blijft de natuur ongemoeid.

    Markerwadden in ontwikkeling
    De Marker Wadden

    Gebiedsagenda IJsselmeergebied 2050

    In het IJsselmeergebied komen veel ambities, opgaven en projecten samen. Daarom hebben het Rijk en de provincies Noord-Holland, Friesland, Overijssel en Flevoland het initiatief genomen om samen met andere regiopartners de Agenda IJsselmeergebied 2050 op te stellen. Er is veel winst te halen als ambities, opgaven en projecten meer in samenhang worden opgepakt. De gebiedsagenda is daarom een uitnodiging aan alle betrokken partijen om samen werk te maken van de kwaliteiten en potenties van het IJsselmeergebied. In 2018 wordt de gebiedsagenda vastgesteld en worden de bijbehorende kennis- en innovatie-agenda en uitvoeringsagenda uitgewerkt.

    Nieuw peilbesluit IJsselmeergebied

    Een van de maatregelen die voortkomt uit de Deltabeslissing IJsselmeergebied is het Nieuwe Peilbesluit IJsselmeergebied. Het vaste streefpeil van het IJsselmeer, Markermeer-IJmeer en de Zuidelijke Randmeren wordt vervangen door een bandbreedte waarbinnen het waterpeil mag fluctueren. Zo kan het peilbeheer inspelen op de meteorologische omstandigheden en de behoefte aan zoetwater. Het flexibele peilbeheer kan tevens meerwaarde hebben voor de natuur.

  • Zuidwestelijke Delta

    Deltaprogramma: Voorkeursstrategie Zuidwestelijke Delta

    De voorkeursstrategie voor de Zuidwestelijke Delta is gericht op een klimaatbestendige, ecologisch veerkrachtige en economisch vitale delta.

    Waterveiligheid

    Voor de kust en de Oosterschelde geldt dat versterkingen ‘zacht waar het kan, hard waar het moet’ worden gedaan. Waar mogelijk vindt koppeling plaats met ecologische en ruimtelijke ambities.

    Het Vlaams Gewest en Nederland werken in de Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie (VNSC) aan een gezamenlijke ‘Agenda voor de Toekomst’ voor het Schelde-estuarium. De Zeeuwse overheden werken samen aan normen voor binnendijken, die als buffer kunnen dienen bij overstromingen, en aan crisisbeheersing.

    Het suppletieprogramma voor de kust en de Westerschelde houdt het zandige systeem in een duurzaam evenwicht met de zeespiegelstijging. Het programma Kustgenese 2.0 en de VNSC-werkgroep Kustveiligheid Westerscheldemonding onderzoeken hoe de zandbalans zich op lange termijn ontwikkelt. De resultaten komen beschikbaar in 2018 (VNSC) en 2020 (Kustgenese 2.0).

    Zoetwater

    De strategie voor zoetwater is het behoud van voldoende externe zoetwateraanvoer en een betere benutting van het beschikbare water. Belangrijk is de instandhouding of verbetering van de zoetwateraanvoer via de Biesbosch, het Hollandsch Diep en het Haringvliet.

    In de Bestuursovereenkomst Zoetwater voor de Zuidwestelijke Delta staan de maatregelen en pilots voor een robuuste zoetwatervoorziening. Deze lopen vrijwel allemaal volgens planning.

    De maatregel Roode Vaart in Zevenbergen is eind 2019 klaar. Waterbedrijf Evides treft voorbereidingen om het spaarbekkensysteem in de Biesbosch robuuster te maken. Enkele pilots van de Proeftuin Zoetwater Zuidwestelijke Delta zijn afgerond. Resultaten zijn een kaart van de zoet-zout verdeling in de Zeeuwse bodem, inzicht in de kansen van gebruik van brak omgevingswater als proceswater en kennis over de veredeling van verschillende aardappelgewassen voor zoute omstandigheden. Een verkenning om zout grondwater te vervangen door zoet grondwater laat zien dat dit technisch mogelijk is en kosten kan besparen. De zoetwatermaatregelen uit de eerste fase van het Deltaplan Zoetwater voor de Zuidwestelijke Delta zijn sterk verbonden met een besluit over een zout Volkerak-Zoommeer volgens de ontwerp-Rijksstructuurvisie voor Grevelingen en Volkerak-Zoommeer. Eind 2018 is een roadmap gereed voor het Volkerak-Zoommeer en de bijbehorende alternatieve zoetwatervoorziening.

    Ruimtelijke adaptatie

    Zeeland is een van de vier pilots van het landelijke programma Vitaal en Kwetsbaar. Hierin werken de provincie Zeeland, Rijkwaterstaat, Waterschap Scheldestromen, gemeenten, de veiligheidsregio en Hogeschool Zeeland samen aan het programma Klimaatadaptatie Zeeland om de gevolgen van overstromingen, wateroverlast, droogte en hittestress te beperken. De provincie onderzoekt de elektriciteitsvoorziening en de chemische industrie als vitale en kwetsbare functies. De Veiligheidsregio Zeeland is gestart met de gebiedsuitwerking voor deze functies.

    In 2017 en 2018 geven de partijen met verschillende onderzoeken invulling aan de stap ‘weten’, zodat in 2019 kan worden gekeken naar het handelingsperspectief (‘willen’ en ‘werken’). In 2017 is een impactanalyse gestart om de effecten van overstromingen en ernstige wateroverlast op de vitale en kwetsbare functies zichtbaar te maken. In het project Normering Regionale Waterkeringen wordt bezien welke binnendijken kunnen worden benut voor het beperken van overstromingsrisico’s.

    In het project Ontwikkeling instrument hittestress voor steden en dorpen in het landelijk gebied (impactprojecten derde tranche) hebben Wageningen UR en Stichting Climate Adaptation Services een rekenmodel ontwikkeld voor regio specifieke omstandigheden. Het model is in Zeeland getoetst. Begin 2017 hebben de gemeenten Vlissingen, Middelburg en Borssele meetapparatuur geplaatst. Analyse van de data heeft inzicht gegeven in de vraag of hittestress in het landelijk gebied van Zeeland voorkomt, of de nabijheid van de zee verkoeling geeft tijdens een hittegolf en waar droogteschade in de landbouw te verwachten is. Het blijkt dat het hitte-eilandeffect (het effect dat in een bebouwde omgeving de temperatuur significant hoger ligt dan in een landelijke omgeving) ook voorkomt in Zeeland. De resultaten worden in de Klimaateffectatlas verwerkt.

    Rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer

    In de ontwerp-Rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer (RGV) is een -ontwikkelperspectief opgenomen dat uitgaat van:

    • Het terugbrengen van beperkt getij op de Grevelingen via een doorlaat in de Brouwersdam. Hiermee wordt de Grevelingen verbonden met de Noordzee. Tevens wordt zo ruimte geboden aan private partijen voor de opwekking van duurzame getijdenenergie.
    • Het terugbrengen van beperkt getij op het Volkerak-Zoommeer via een doorlaat in de Philipsdam. Op deze wijze wordt het Volkerak-Zoommeer verbonden met de Oosterschelde. Hierdoor zou het Volkerak-Zoommeer weer zout worden. In dat geval dient een alternatieve zoetwatervoorziening te worden geregeld voor de huidige zoetwaterfunctie van het Volkerak-Zoommeer.

    Het Grevelingenmeer en Volkerak-Zoommeer zijn ook betrokken bij de Verkenning Grote Wateren die met het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in 2017 is uitgevoerd. Deze verkenning heeft in kaart gebracht wat nodig is om de grote wateren ecologisch gezond en toekomstbestendig te maken. Het resultaat daarvan is betrokken bij de besluitvorming over de verdeling van het extra geld dat in het regeerakkoord van het kabinet-Rutte III beschikbaar is gesteld voor natuur en waterkwaliteit. Dat heeft ertoe geleid dat het Rijk extra middelen beschikbaar heeft gesteld voor de verbetering van de waterkwaliteit in de Grevelingen. Hiermee is voor de Grevelingen de gezamenlijke financiering met de regio rond. In 2018 wordt gestart met de voorbereiding van de planuitwerking, waarbij ook de mogelijkheden van een combinatie met een getijdencentrale worden onderzocht.

    Innovatieve Zoet-Zoutscheiding Krammersluizen

    In 2017 is de planuitwerking Innovatieve Zoet-Zoutscheiding Krammersluizen opgeleverd. Dit innovatieve systeem gaat de uitwisseling van zoet en zout water tegen door het creëren van een fijn gordijn van luchtbelletjes met een vernieuwde bellenschermtechnologie, in combinatie met het spoelen met zoet water. Daarmee wordt verzilting van het Volkerak- Zoommeer tegengegaan. Dat is nodig om de huidige zoetwaterfunctie van het Volkerak- Zoommeer adequaat te kunnen blijven vervullen. Ten opzichte van de bestaande zoet-zoutscheiding zorgt het nieuwe systeem naar verwachting voor een aanzienlijk sneller schutproces, een forse besparing op de beheer- en onderhoudskosten en een grote vermindering van het energieverbruik. De resultaten van de planuitwerking dienen als basis voor de opdrachtformulering aan een realisatieteam dat de Krammersluizen komende jaren op orde brengt.

    Oosterschelde - aanpak zandhonger Roggenplaat

    Sinds de aanleg van de Oosterscheldekering is de getijstroom in de Oosterschelde niet sterk genoeg meer om platen, slikken en schorren weer op te bouwen met zand en slib, die tijdens storm afkalven. Hierdoor verdwijnen deze intergetijdengebieden geleidelijk. Dit verschijnsel staat bekend als de zandhonger van de Oosterschelde. De zandhonger vormt een bedreiging voor de natuur- en landschapswaarden en voor de recreatieve waarde van het gebied. Op langere termijn kan ook de waterveiligheid in het geding zijn, omdat intergetijdengebieden op natuurlijke wijze de golfaanval op de dijken dempen. De komende decennia zijn de dijken langs de Oosterschelde nog voldoende robuust.

    Zeehonden in de Oosterschelde
    Zeehonden op een zandbank in de Oosterschelde

    Rijkswaterstaat heeft een MIRT-verkenning (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport) uitgevoerd naar de meest effectieve maatregelen voor de aanpak van de zandhonger in de Oosterschelde. De uitkomst is dat de effecten van de zandhonger kunnen worden bestreden met het suppleren van zand op intergetijdengebieden. Conform de voorkeursaanpak van de MIRT-verkenning wordt gestart met het suppleren van zand op de Roggenplaat. In 2017 ondertekenden Rijkswaterstaat, Natuurmonumenten en de provincie Zeeland de samenwerkingsovereenkomst voor de uitvoeringsfase. De zandsuppletie is voorzien in de winter van 2018-2019.

    MIRT-onderzoek Integrale Veiligheid Oosterschelde

    Het MIRT-onderzoek Integrale Veiligheid Oosterschelde (IVO) richt zich op een toekomstbestendige aanpak van de waterveiligheidsopgave voor de Oosterschelde. In 2017 kwam de eindrapportage van IVO gereed. Hieruit blijkt dat de Oosterscheldekering de maatgevende hoogwaters tot 2050 kan tegenhouden, uitgaande van een zeespiegelstijging tot maximaal 85 cm tot 2100.

    Tot 2050 is alleen aanpassing van de verharding van het sluisplateau nodig (vanwege overslaand water) en mogelijk versterking van een deel van de steenzetting op de -dijken van Tholen en de Oesterdam (of aanpassing van het voorland op die plaatsen). Als de zee-spiegel meer dan 50 centimeter stijgt, zijn waarschijnlijk ook aanpassingen aan onderdelen van de Oosterscheldekering nodig. De Oosterscheldekering moet ook vaker sluiten: van gemiddeld één keer per jaar nu tot tien keer per jaar bij een zeespiegelstijging van 60 -centimeter, en honderd keer per jaar bij een zeespiegelstijging van 125 centimeter. Dit kan consequenties hebben voor de ecologie en het ruimtegebruik.

    Vanaf 2018 wordt onderzoek uitgevoerd voor de verbinding van IVO met de aanpak van de zandhonger van de Oosterschelde en met gebruiksfuncties zoals natuur, landschap en visserij. Zo wordt toegewerkt naar een langetermijnperspectief voor een klimaatbestendig veilige en duurzaam beheerde Oosterschelde.

    Westerschelde

    De Nederlandse Westerschelde en de Vlaamse Zeeschelde vormen samen het Schelde-estuarium. Vlaanderen en Nederland werken in de Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie (VNSC) aan een Agenda voor de Toekomst voor een integrale en duurzame ontwikkeling van het Schelde-estuarium. Deze toekomstagenda is in 2014 gestart met een eerste onderzoeksprogramma. Een rode draad hierin is hoe met slim sedimentbeheer tegelijkertijd kan worden gewerkt aan het verder versterken van zowel de veiligheid als de natuur en toegankelijkheid van het estuarium.

    Westerschelde
    Schepen spotten langs de Westerschelde

    In 2017 is samen met de stakeholders een plan van aanpak ontwikkeld om te komen tot een langetermijnperspectief voor de natuur in het estuarium. De eerste stap daarin is de uitvoering in 2018 van een systeemanalyse van de huidige toestand van de natuur en de verwachte ontwikkelingen. In 2018 maakt de VNSC samen met de stakeholders de balans op van het eerste onderzoeksprogramma. In 2018 vindt ook de tweede evaluatie plaats van de Vlaams-Nederlandse samenwerking in het Schelde-estuarium. Daartoe is in de najaarsvergadering 2017 van de VNSC een plan van aanpak vastgesteld. Het eindrapport wordt naar verwachting in het voorjaar van 2019 aangeboden aan het Vlaamse en het Nederlandse parlement.

    Kust en Voordelta

    In het beheer van de kust ligt het accent de komende jaren op de kansen voor het verbinden van het kustonderhoud met regionale ruimtelijke en economische opgaven. De afgelopen jaren is de bebouwing in de kustzone flink toegenomen. Overheden, natuurorganisaties, recreatiesector en drinkwaterbedrijven hebben in 2016 in het zogeheten Kustpact de waarden van de kust beschreven, als vertrekpunt voor een visie op de toekomstige ontwikkeling van de kust. In oktober 2017 is tevens de Zeeuwse Kustvisie gepresenteerd, waarin staat hoe Zeeuwse partijen willen omgaan met de balans tussen bescherming van landschappelijke waarden en de ontwikkeling van de kustzone in Zeeland.

    In 2017 startte de VNSC-projectgroep Kustveiligheid & Westerscheldemonding met een inventarisatie van de robuustheid van bestaande Vlaamse en Nederlandse kustveiligheidsstrategieën. Er wordt geanalyseerd of er aanvullend aan de huidige programma’s behoefte is aan gezamenlijk onderzoek, inclusief proefprojecten, voor de lange-termijnveiligheid van de kust en de Westerscheldemondig.

    De Voordelta is het ondiepe deel van de zee en stranden voor de Noordzeekust van de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden. Dit gebied kenmerkt zich door platen en geulen en is rijk aan bodemleven. Het is de leefomgeving voor vele soorten vogels, vissen en zeezoogdieren.

    De Voordelta is onderdeel van het Europese Natura 2000-netwerk van beschermde natuurgebieden. In het Natura 2000-beheerplan zijn maatregelen en spelregels beschreven voor de bescherming van deze natuur en de beleving en het gebruik van dit gebied. In 2020 wordt het beheerplan geëvalueerd.

    Gebiedsagenda Zuidwestelijke Delta

    Rijk en regio starten in 2018 met het opstellen van een gebiedsagenda voor de Zuidwestelijke Delta. De inzet is om het natuurlijk en het economisch kapitaal in evenwicht met elkaar te ontwikkelen, binnen de randvoorwaarde van waterveiligheid. De gebiedsagenda komt tot stand door co-creatie van overheden, bedrijven en andere belanghebbenden.
  • Waddengebied en Eems Dollard

    Gebiedsagenda Wadden 2050

    In 2019 eindigt de planperiode van de Structuurvisie Waddenzee. Daarom maken Rijk en regio samen met de stakeholders de Gebiedsagenda Wadden 2050. Het betreft een duurzame invulling van de verschillende uitdagingen in het Waddengebied als het gaat om ecologie, havens, economie, duurzame energie, visserij, werkgelegenheid, ruimtegebruik, bereikbaarheid en meer. Op 23 november 2017 werd in Groningen een eerste Werkatelier gehouden voor beleidsmedewerkers van overheden en belangenorganisaties. Deze dag stond in het teken van het verkennen en delen van ambities voor het Waddenbeleid.

    Beheerautoriteit Waddenzee

    In het regeerakkoord van het kabinet-Rutte III is opgenomen dat er één beheerautoriteit voor de Waddenzee komt, die een integraal beheerplan uitvoert waardoor betere bescherming van natuurgebieden wordt gecombineerd met beter visbeheer. Hiervoor voeren de ministeries van IenW en LNV samen met betrokken partijen een verkenning uit. Het streven is om de Tweede Kamer na het zomerreces van 2018 te informeren over de contouren van de te vormen beheerautoriteit.

    Adaptief meerjarenprogramma Eems-Dollard 2050

    Het water in de Eems is te troebel geworden, waardoor belangrijke natuurwaarden in het gedrang komen. De bijzondere natuur van open zeearmen is wereldwijd zeldzaam geworden. Verbetering van de Eems-Dollard is noodzakelijk op grond van de Kaderrichtlijn Water en Natura 2000. Rijk en regio werken daarom structureel samen aan ecologische verbetering van de Eems-Dollard, door samenhangende inzet van middelen, maatregelen en onderzoeken op basis van het meerjarig adaptief programma Eems-Dollard 2050.

    De ambitie is dat de Eems-Dollard in 2050 voldoet aan het ecologisch streefbeeld. Het -programma heeft als doel om het natuurlijk leefgebied langs de randen van de Eems-Dollard te herstellen of uit te breiden. Dit moet worden gerealiseerd in -combinatie met urgente dijkversterkingen, het nuttig toepassen van slib en hydromorfologische verbeteringen.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Unie van Waterschappen, VNG, IPO en Vewin.

Over De Staat van Ons Water

Elk jaar wordt aan de Tweede Kamer gerapporteerd hoe het staat met de uitvoering van het waterbeleid in Nederland. Dat gebeurt middels de Staat van Ons Water. De rapportage vermeldt de ontwikkelingen in het voorgaande jaar en wordt jaarlijks in mei geactualiseerd. De getoonde gegevens gaan daarom grotendeels over 2017.

Op staatvanonswater.nl vind je algemene informatie over aansprekende onderwerpen zoals de beschikbaarheid van schoon water, hoe ons land beschermd wordt tegen overstromingen en hoe de Nederlandse expertise op watergebied wereldwijd wordt ingezet. Wat het waterbeheer zoal kost en wat en waarvoor je precies betaalt wordt ook uit de doeken gedaan.

Het beleid waarover wordt gerapporteerd is vastgelegd in het Nationaal Waterplan 2016-2021, het Bestuursakkoord Water 2011 en de Beleidsnota Drinkwater. In de Staat van Ons Water wordt eveneens verslag gedaan over de uitvoering van de Europese richtlijnen over waterkwaliteit, overstromingsrisico’s en de mariene strategie voor de Noordzee.  

De vele links op de site helpen je om makkelijk te kunnen doorklikken naar verdere achtergrondinformatie.

Over Ons Water

Wij willen Nederlanders bewuster maken van water. Door te laten zien wat er aan watermanagement gebeurt in Nederland en bij jou in de buurt. Door te laten zien wat er nodig is voor de toekomst, want we zijn nooit klaar met ons water. En door tips te geven wat je zelf kunt doen. 

Kijk op onswater.nl. Daar kun je op jouw postcode informatie en verhalen vinden.

Vragen of opmerkingen?

Voor vragen, opmerkingen en/of suggesties over staatvanonswater.nl kun je mailen naar: info@staatvanonswater.nl