Meer weten over ons waterbeleid

Grote wateren
  • Terugblik op 2016

    Samenvatting voortgangsrapportage Staat van Ons Water 2016
  • Bestuurlijke ontwikkelingen

    De rol van overheden en instanties uitgelegd
    Wie gaat over wat?
  • Waterveiligheid

    Alles rondom waterveiligheid
    Zijn we goed beschermd?
  • Waterkwaliteit

    De kwaliteit van water in onze omgeving
    Hoe zit het met waterkwaliteit?
  • Waterbeschikbaarheid en waterketen

    Over de beschikbaarheid van water
    Is er voldoende zoet water?
  • Water en leefomgeving

    De invloed van water op de leefomgeving
    Hoe beïnvloed het klimaat en/of water ons landschap?
  • Grote wateren

  • Verduurzaming

    Afvalwater als bron van energie en grondstoffen
    Hoe duurzaam is de waterketen?
  • Inzet wereldwijd

    Nederland: waterexpert van de wereld
    Wat doen we met onze waterkennis?
  • Financiering

    Je waterrekening toegelicht
    Hoeveel kost dat waterbeheer ons?
  • Inleiding

    Het Rijk draagt de verantwoordelijkheid voor waterveiligheid en goede zoetwatervoorziening in de grote wateren zoals het IJsselmeer, de Rijn-Maasdelta en het kust- en Waddengebied. De opgaven verschillen per gebied. In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staat de gebiedsgerichte uitwerking van plannen en maatregelen voor de grote wateren. Bijvoorbeeld rivierverruiming, dijkversterking, de afvoerverdeling van water over de grote rivieren, het peilbeheer in het IJsselmeer en de zoetwatervoorziening in de Zuidwestelijke Delta en West-Nederland.

    Voor de Noordzee is de Kaderrichtlijn Mariene Strategie richtinggevend wanneer het gaat om het mariene milieu. Windparken op zee moeten in 2023 vijf miljoen huishoudens van stroom voorzien.

  • Noordzee

  • Kaderrichtlijn Mariene Strategie
    De Europese Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRM) verplicht de lidstaten een strategie te ontwikkelen om in 2020 een goede milieutoestand te bereiken en te behouden in het eigen zeegebied. Voor Nederland gaat het om het Nederlandse deel van de Noordzee.

    Op grond van de KRM heeft Nederland een Mariene Strategie ontwikkeld. Deze beschrijft achtereenvolgens de doelen (deel I), de monitoring (deel II) en de maatregelen (deel III). Bij de totstandkoming is actief samengewerkt met andere EU-landen. Eind 2015 werd een maatregelenprogramma vastgesteld en daarmee de eerste KRM-cyclus afgerond. Deze jaren staan in het teken van het uitvoeren van de maatregelen, het monitoren van de effecten en het op basis daarvan bijstellen van de strategie.

    Het maatregelenprogramma is gericht op het bereiken van de verschillende KRM-doelen, die zijn vastgelegd in de Kaderrichtlijn Water, Vogel- en Habitatrichtlijnen, het Gemeenschappelijk Visserijbeleid, diverse andere EU-richtlijnen en ook zeeverdragen (waaronder OSPAR en de Internationale Maritieme Organisatie). Tevens omvat het Nederlandse programma een aantal aanvullende maatregelen:

    1. De bescherming van de bodem op het Friese Front en de Centrale Oestergronden.
      Om het bodemecosysteem op het Friese Front en de Centrale Oestergronden te beschermen, heeft het kabinet in 2016 voorstellen gedaan om 2.400 km²
      van deze gebieden niet bloot te stellen aan bodemroerende visserij. Bij de voorbereiding van de voorstellen hebben de minister van IenM en de staatssecretaris van EZ overlegd met de visserijsector en natuurorganisaties. Naar aanleiding van de in de Tweede Kamer aangenomen motie Visser vindt nu overleg plaats met de buurlanden over een variant die 2.000 km² van het Friese Front en de Centrale Oestergronden beschermt. Dit draagt substantieel bij aan de ambitie om 10-15 procent van het Nederlandse deel van de Noordzeebodem te beschermen.
    2. Het verder terugdringen van zwerfvuil, waaronder (micro)plastics, in de Noordzee.
      De maatregelen voor het terugdringen van zwerfvuil zijn gericht op het (inter)nationaal aanpakken van de belangrijkste bronnen: strandrecreatie, zeevaart en visserij. Hiervoor zijn Green Deals met de betreffende sector afgesloten. Daarnaast zijn er maatregelen gericht op stroomgebieden en kunststofproducten. Ook het bedrijfsleven en de bevolking nemen in toenemende mate initiatieven om zwerfvuil te bestrijden.

    Voorbeelden zijn Boyan Slat met 'The Ocean Cleanup', de Boskalis Beach Clean Up Tour en Fishing for Litter. Binnen OSPAR (Het Verdrag inzake de bescherming van het mariene milieu in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan) is een internationaal actieplan in uitvoering.

    (Inter)nationaal onderzoek wordt gedaan naar bronnen en effecten van zwerfvuil, onderwatergeluid, samenhang in het ecosysteem en (cumulatieve) effecten van menselijk handelen op het ecosysteem. Een deel van deze activiteiten richt zich op de verkenning van nieuwe maatregelen.

    Proefopstelling van de Ocean Cleanup bij Rijkswaterstaat in de haven van Scheveningen

  • IJsselmeergebied

  • Voorkeursstrategie voor het IJsselmeergebied
    De essentie van de voorkeursstrategie is het zeker stellen van voldoende afvoercapaciteit naar de Waddenzee door een combinatie van spuien en pompen bij de Afsluitdijk en flexibel peilbeheer om de zoetwatervoorraad te vergroten. De waterbeheerders rond het IJsselmeer werken aan slim watermanagement, onder meer door gezamenlijke redeneerlijnen op te stellen over de manier van handelen bij dreigende wateroverlast of zoetwatertekort.

  • Ecologische ambitie Markermeer - IJmeer
    De ecologische kwaliteit van het Markermeer en het IJmeer is sinds de aanleg van de Houtribdijk (1976) fors achteruit gegaan. Door verschillende processen zoals een sterke afname van de fosfaatbelasting is het voedselaanbod voor vissen en vogels sterk gedaald. De neerwaartse ontwikkeling van de natuurwaarden wordt versterkt door de aanwezigheid van slib.

    De beheerders van het Markermeer-IJmeer werken aan een Toekomst Bestendig Ecologisch Systeem (TBES) van dit gebied. Door het TBES ontstaat een kwalitatief hoogwaardige leefomgeving met aantrekkelijke natuur en ruimte om de gewenste ruimtelijke en recreatieve ontwikkelingen mogelijk te maken. Ook de ontwikkeling van de Marker Wadden draagt bij aan dit doel. In 2016 is gebleken dat luwtemaatregelen bij het Hoornse Hop minder effectief zijn in het beïnvloeden van slib-opwerveling dan eerder werd gedacht. Daarom is een verkenning gestart naar alternatieve TBES-maatregelen.

  • Aanleg Marker Wadden
    In het oostelijk deel van het Markermeer wordt een moerasgebied aangelegd met een bijbehorend onderwaterlandschap, met als grondstof slib uit het Markermeer zelf. Dit levert een bijdrage aan de ecologische kwaliteit en aan de verbetering van watergebonden recreatie en economische ontwikkeling. Rijkswaterstaat en Natuurmonumenten realiseren samen de eerste fase van de Marker Wadden, in een aantal stappen. In 2016 is gestart met de aanleg van een aantal eilanden met een totale oppervlakte van circa driehonderd hectare en een onderwaterlandschap met een vergelijkbaar oppervlak. Dit bestaat uit paaiplaatsen, geulen en slenken. Door eilanden te bouwen uit slib wordt ervaring opgedaan met nieuwe innovatieve waterbouwkundige technieken.



    Blije gezichten bij de start van de aanleg van de Marker Wadden

  • Gebiedsagenda IJsselmeergebied 2050
    Het ministerie van Infrastructuur en Milieu startte in 2015 een brede samenwerking tussen Rijk en regio om te komen tot de  Agenda IJsselmeergebied 2050. Deze gebiedsagenda heeft als doel om een integraal perspectief te presenteren, dat duidelijk maakt hoe maatregelen in het IJsselmeergebied in samenhang worden uitgevoerd en hoe ruimtelijke kwaliteit daarbij wordt geborgd. In 2016 zijn een aantal zogenoemde gebiedsdialogen georganiseerd, die in 2017 worden voorgezet en waarvan de resultaten benut zullen worden voor de op te stellen omgevingsvisies.

  • Nieuw peilbesluit IJsselmeergebied
    Een van de urgente uitvoeringsmaatregelen die voortvloeit uit de Deltabeslissing IJsselmeergebied is het Nieuwe Peilbesluit IJsselmeergebied. Het vaste streefpeil van het IJsselmeer, Markermeer-IJmeer en de Zuidelijke Randmeren wordt vervangen door een bandbreedte waarbinnen het waterpeil mag fluctueren. Zo kan het peilbeheer inspelen op de meteorologische omstandigheden en/of de behoefte aan zoetwater. Het flexibele peilbeheer kan tevens meerwaarde hebben voor de natuur.

  • Afsluitdijk
    De Afsluitdijk beschermt Nederland al meer dan tachtig jaar tegen de zee. De dijk voldoet echter niet meer aan de huidige normen voor waterveiligheid. Daarom wordt de Afsluitdijk versterkt. De dijk wordt overslagbestendig gemaakt door de buitenbekleding te vervangen, de schut- en spuisluizen worden versterkt en er komen krachtige pompen in het sluiscomplex bij Den Oever, zodat meer overtollig water uit het IJsselmeer naar de Waddenzee kan worden afgevoerd. Daarmee krijgt de Afsluitdijk het grootste gemaal van Europa.

    De Afsluitdijk is meer dan een bescherming tegen het water. De dijk grenst aan de natuur- gebieden IJsselmeer en Waddenzee, heeft een grote cultuurhistorische en toeristische waarde en is een icoon voor de Nederlandse waterbouw. Nu de Afsluitdijk wordt versterkt, worden ook kansen benut om de andere waarden van de dijk te versterken. De provincies en gemeenten, verenigd in De Nieuwe Afsluitdijk, werken aan projecten op het gebied van duurzame energie, natuur, regionale economie, recreatie en toerisme. Een Blue Energy-centrale en stromingsturbines draaien al om duurzame energie op te wekken. Daarnaast wordt een unieke vismigratierivier aangelegd, het Monument verbeterd en een Beleefcentrum gebouwd. Het Rijk levert aan een aantal initiatieven een financiële bijdrage. In november 2016 is de marktuitvraag voor de versterking gestart. In het voorjaar van 2018 zal de gunning plaatsvinden, waarna eind 2018 de werkzaamheden aan de dijk starten.

  • Zuidwestelijke Delta

  • Voorkeursstrategie Zuidwestelijke Delta
    De voorkeursstrategie voor de Zuidwestelijke Delta is gericht op een klimaatbestendig veilige, ecologisch veerkrachtige en economisch vitale delta. Deze samenhang is bepalend voor de keuze en de uitvoering van maatregelen in de Zuidwestelijke Delta. Belangrijke onderdelen zijn de ontwikkeling van Grevelingen en Volkerak-Zoommeer en de maatregelen voor toekomstbestendige zoetwatervoorziening in de Zuidwestelijke Delta.

    Langs de kust en in de Oosterschelde blijft zacht waar het kan, hard waar het moet het uitgangspunt voor de waterveiligheid, waar mogelijk gekoppeld aan ecologie en ruimtelijke ambities. Voor het optimaliseren van de voorkeursstrategie voor het Schelde-estuarium levert de Nederlands-Vlaamse Agenda voor de Toekomst vanaf 2018 nieuwe inzichten op. Voor de opgave voor ruimtelijke adaptatie heeft Zeeland zijn krachten gebundeld in het platform Klimaatadaptatie in Zeeland . De ambities zijn vastgelegd in een uitvoeringsprogramma. Belangrijk onderdeel is dat in alle Zeeuwse gemeenten een klimaattest wordt gehouden. De resultaten worden gebruikt om Zeeland adaptief te maken voor extreme weersituaties. Op termijn kunnen andere betrokken overheden binnen de Zuidwestelijke Delta ook gebruikmaken van alle opgedane inzichten van het platform. Najaar 2016 heeft het platform de eerste proef van de klimaattest georganiseerd in de gemeente Noord-Beveland.

    Als onderdeel van de voorkeursstrategie Zuidwestelijke Delta is een samenhangend pakket met zoetwatermaatregelen ontwikkeld en in 2015 vastgelegd in de bestuursovereenkomst Zoetwatermaatregelen Zuidwestelijke Delta. De meeste maatregelen uit deze bestuursovereenkomst zijn in 2016 nader uitgewerkt. De Planuitwerking voor het watergebiedsplan Tholen en St. Philipsland is in dat jaar afgerond en de uitvoering is gestart.

    Begin 2016 is het waterakkoord Volkerak-Zoommeer ondertekend door de waterbeheerders rondom het meer. In 2016 is proactief doorspoelbeheer toegepast voor een zo zoet mogelijke uitgangssituatie bij de start van het groeiseizoen. In het groeiseizoen is het zoutgehalte ruim onder de grenswaarde van 450 mg/l Cl gebleven.

    Voor de gebieden in Zeeland zonder aanvoer uit het hoofdwatersysteem, wordt het voorzieningenniveau ingevuld met de ontwikkeling van innovaties. Een voorbeeld daarvan is de Proeftuin Zoet Water, die tot doel heeft de zelfvoorzienendheid in zoet water te vergroten.

    Voor de Zuid-Hollandse eilanden wordt aangesloten bij de startnotitie van de Zoetwaterregio West-Nederland. In West-Brabant wordt gewerkt aan een alternatieve aanvoerroute voor zoet water vanuit het Hollandsch Diep via de Roode Vaart in Zevenbergen, de mogelijkheden van waterconservering en het optimaliseren van regionale watersystemen. Voor het project  Roode Vaart  is in 2016 het bestemmingsplan vastgesteld en hebben omwonenden hun wensen voor de ruimtelijke inrichting in beeld gebracht.


    Het haventje van Battenoord aan de Grevelingen, vlakbij Nieuwe-Tonge op Goeree-Overflakkee

  • Rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer
    In de ontwerp-Rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer (RGV) is een ontwikkelperspectief opgenomen, dat uitgaat van:

    Het terugbrengen van beperkt getij op de Grevelingen, via een doorlaat in de Brouwersdam. Hiermee wordt de Grevelingen verbonden met de Noordzee. Tevens wordt zo ruimte geboden aan private partijen voor de opwekking van duurzame getijdenenergie.

    Het terugbrengen van beperkt getij op het Volkerak-Zoommeer, via een doorlaat in de Philipsdam. Op deze wijze wordt het Volkerak-Zoommeer verbonden met de Oosterschelde. Hierdoor zou het Volkerak-Zoommeer weer zout worden. In dat geval dient een alternatieve zoetwatervoorziening te worden geregeld voor de huidige zoetwaterfunctie van het Volkerak-Zoommeer.

    Om de RGV definitief vast te kunnen stellen, is het noodzakelijk dat de  financiering van deze maatregelen goed is geregeld. De betrokken overheden ondertekenden hiertoe in maart 2015 de bestuursovereenkomst Ontwikkeling Grevelingen en Volkerak-Zoommeer. Tot op heden is het de samenwerkende partijen niet gelukt om de financiering rond te krijgen. Vooralsnog behouden ontwerp-RGV en bestuursovereenkomst hun huidige status en blijven de toegezegde bijdragen van provincies en Rijk voorlopig gereserveerd. Dat sluit aan bij de intentieverklaring van de Delta-aanpak Waterkwaliteit en Zoetwater.

    Inmiddels is de Flakkeese spuisluis in werking gesteld. Daarmee wordt het water in het oostelijk deel van de Grevelingen dagelijks via de getijdenwerking ververst met water uit de aangrenzende Oosterschelde. Daardoor verbetert niet alleen de waterkwaliteit in dat deel van de Grevelingen, het biedt ook kansen voor de ontwikkeling van een Tidal Test Centre.

    Flakkeese spuisluis
    De Flakkeese spuisluis in de Grevelingendam is begin 2017 weer in gebruik genomen

  • Planuitwerking Innovatieve Zoet-Zoutscheiding Krammersluizen
    Nadat in 2014 in de Krammerjachtensluis een pilot was uitgevoerd, is Rijkswaterstaat in 2015 gestart met het project Planuitwerking Innovatieve Zoet-Zoutscheiding Krammersluizen. Dit innovatieve systeem gaat de uitwisseling van zoet en zout water tegen door het creëren van een fijn gordijn van luchtbelletjes met een vernieuwde bellenschermtechnologie, in combinatie met het spoelen met zoet water. Daarmee wordt verzilting van het Volkerak-Zoommeer tegengegaan. Dat is nodig om de huidige zoetwaterfunctie van het Volkerak-Zoommeer adequaat te kunnen blijven vervullen.

    Ten opzichte van de bestaande zoet-zoutscheiding zorgt het nieuwe systeem naar verwachting voor een aanzienlijk sneller schutproces, een forse besparing op de beheer- en onderhoudskosten en een grote besparing op energieverbruik. De resultaten van de planuitwerking dienen als basis voor een definitief besluit in 2017. Daarna is duidelijk of kan worden gestart met de realisatiefase van de innovatieve zoet-zoutscheiding op het Krammersluizencomplex.

  • Oosterschelde - Aanpak zandhonger Roggenplaat
    Sinds de aanleg van de Oosterscheldekering is de getijstroom in de Oosterschelde niet sterk genoeg meer om platen, slikken en schorren weer op te bouwen met zand en slib, die tijdens storm afkalven. Hierdoor verdwijnen deze intergetijdengebieden geleidelijk. Dit verschijnsel staat bekend als de zandhonger van de Oosterschelde. De zandhonger vormt een bedreiging voor de natuur- en landschapswaarden en voor de recreatieve waarde van het gebied. Op langere termijn kan ook de waterveiligheid in het geding zijn, omdat intergetijdengebieden op natuurlijke wijze de golfaanval op de dijken dempen. De komende decennia zijn de dijken langs de Oosterschelde nog voldoende robuust.

    Rijkswaterstaat heeft een MIRT-verkenning uitgevoerd naar de meest effectieve maatregelen voor de aanpak van de zandhonger in de Oosterschelde. De uitkomst is dat de effecten van de zandhonger kunnen worden bestreden met het suppleren van zand op intergetijdengebieden. Conform de voorkeursaanpak van de MIRT-verkenning wordt gestart met het suppleren van zand op de Roggenplaat. De planuitwerkingsfase is eind 2016 afgerond. In 2017 ondertekenen Rijkswaterstaat, Natuurmonumenten en de provincie Zeeland de samenwerkingsovereenkomst voor de uitvoeringsfase. De zandsuppletie is voorzien in de winter van 2017-2018. De andere locaties zijn ondergebracht in het MIRT-onderzoek Integrale Veiligheid Oosterschelde.

  • MIRT-onderzoek Integrale Veiligheid Oosterschelde
    Het MIRT-onderzoek Integrale Veiligheid Oosterschelde (IVO) richt zich op een toekomstbestendige aanpak van de waterveiligheidsopgave voor de Oosterschelde, gekoppeld aan de andere (gebruiks)functies van dit gebied. Het onderzoek geeft een analyse van mogelijke knelpunten voor de waterveiligheid, het ruimtegebrek en de natuurwaarden - als gevolg van klimaatverandering, zeespiegelstijging en morfologische veranderingen (geulverplaatsingen, zandhonger). Inzet is een veilige, economisch vitale en ecologisch veerkrachtige delta.

    Denkbare maatregelen zijn het aanpassen van waterkeringen, het suppleren van zand in de Oosterschelde en het aanpassen van de sluitingsstrategie van de Oosterscheldekering. IVO is in 2016 gestart en wordt in 2017 afgerond. Rijkswaterstaat, de provincie Zeeland en het Waterschap Scheldestromen voeren het onderzoek uit.

    Neeltje Jans Oosterscheldekering
    Door verandering van de getijdestroom sinds de Deltawerken is zandhonger ontstaan in de Oosterschelde

  • Westerschelde
    De Nederlandse Westerschelde en de Vlaamse Zeeschelde vormen samen het Schelde- estuarium. Nederland en het Vlaams Gewest voeren samen in de Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie (VNSC) het beheer en beleid over dit gebied. De stakeholders in het gebied, verenigd in de Schelderaad, worden daar proactief bij betrokken. De gezamenlijke uitdaging is om de balans verder te optimaliseren tussen de belangen van een klimaatbestendig veilig, ecologisch veerkrachtig en economisch vitaal estuarium. Deze balans is verstoord door bedijking, baggerwerk voor de scheepvaart en zandwinning.

    De eerste stap is om het samen met de stakeholders eens te worden over de feiten van het Schelde-estuarium. Daartoe is in het kader van de Agenda voor de Toekomst in 2014 een eerste onderzoeksprogramma gestart. In 2018 wordt de balans voor het Schelde-estuarium opgemaakt, waarbij ook de mogelijke doorwerking naar het toekomstig beleid en beheer wordt bezien. Een rode draad is hoe met slim(mer) sedimentbeheer tegelijkertijd de toegankelijkheid, de natuurlijkheid en de veiligheid van het Schelde-estuarium kunnen worden versterkt.

    In 2016 lag de focus van de communicatie en stakeholderparticipatie op de tussenresultaten van het eerste onderzoeksprogramma. Dat kreeg onder meer gestalte door het zesde Scheldesymposium van de VNSC in november 2016, diverse digitale nieuwsbrieven en zogenoemde Scheldetopics en de tweede editie van het jaarlijkse Scheldemagazine.

  • Kust en Voordelta
    Om de Nederlandse kust tegen overstromingen te beschermen, zijn de afgelopen jaren tien zwakke schakels aangepakt. In november 2016 werd dit programma afgerond met de oplevering van de kustversterking in Cadzand-Bad. De kust is nu voor ten minste vijftig jaar beschermd tegen een ’superstorm’, die eens per 4000 jaar kan voorkomen.


    Met de kustversterking en de aanleg van een haven bij Cadzand-Bad werd de laatste zwakke schakel van de kust weer op orde gebracht

    In het beheer van de kust, ligt het accent de komende jaren op de kansen voor het verbinden van het kustonderhoud met regionale ruimtelijke en economische opgaven. De afgelopen jaren is de (recreatieve) bebouwing in de kustzone flink toegenomen. Overheden, natuurorganisaties, recreatiesector en drinkwaterbedrijven hebben in 2016 in het zogenoemde Kustpact de waarden van de kust beschreven, als vertrekpunt voor een visie op de toekomstige ontwikkeling van de kust.

    In december 2016 presenteerden partijen in Zeeland een concept-kustvisie, waarin staat hoe zij invulling willen geven aan de balans tussen bescherming van landschappelijke waarden en de ontwikkeling van de kustzone in Zeeland.

    In de Nationale Visie Kust (2013) zijn projecten benoemd waarin partijen met elkaar de meekoppelkansen verder invulling geven. Een voorbeeld hiervan is de uitbreiding van het strand bij de Brouwersdam door het lokaal herverdelen van zand voor kustonderhoud. Dat draagt bij aan het meegroeien van de kust met de zeespiegel. Tegelijkertijd betekent het een uitbreiding van het strand voor een periode van zo’n tien jaar. Hiermee worden belangrijke natuurwaarden hersteld en de landschappelijke aantrekkelijkheid van de duinen vergroot.

    In het meerjarig kennisprogramma Kustgenese II wordt onderzoek gedaan naar de werking van het kustsysteem, de benodigde zandvolumes om mee te groeien met de zeespiegelstijging en de effecten van grootschalige suppleties.

    De Voordelta is het ondiepe deel van de zee voor de Noordzeekust van de Zuidwestelijke Delta. Dit gebied kenmerkt zich door platen en geulen en is onderdeel van het Europese Natura 2000-netwerk van beschermde natuurgebieden. Dat zijn gebieden met unieke natuurwaarden. In een beheerplan zijn maatregelen en spelregels beschreven voor de bescherming van deze natuur en de beleving en het gebruik van dit gebied.

    In 2016 werd 500.000 m³ zand opgespoten op de Brouwersdam. Kunstenaar Bruno Doedens bracht hierbij tot uitdrukking dat het oude zand van de zeebodem weer boven water wordt gehaald met de woorden ‘Alles beweegt’.

  • Waddengebied en Eems-Dollard

  • Voorkeursstrategie voor het Waddengebied
    De voorkeursstrategie is gericht op het behoud van de bufferende werking van eilanden, buitendelta's en intergetijdengebied. Maatregelen voor het op orde houden van de zandbalans van de kust en bijbehorende bekkens in de Waddenzee, innovatieve waterkeringen en een integrale veiligheidsstrategie per Waddeneiland worden in samenhang ontwikkeld en uitgevoerd.

  • Beleidsverkenning 'Toekomstige rol en ambitie Rijk en Regio'
    In de periode mei 2016 tot maart 2017 is de Beleidsverkenning ‘Toekomstige rol en ambitie Rijk en Regio voor het Waddengebied’ uitgevoerd. Er is onafhankelijk onderzoek gedaan naar de contouren van het gewenste toekomstige beleid.

    Het doel van de beleidsverkenning was om het speelveld en de mogelijk opties voor toekomstig beleid en beheer van het Waddengebied in beeld te brengen: met voor- en nadelen, kansen en bedreigingen. De hoofdvraag was of dit moet leiden tot aanpassingen in het beleid, waarbij de blik vooral is gericht op de periode 2020-2030. De beleidsverkenning levert de bouwstenen voor de implementatie van een Waddenparagraaf in onder meer de Nationale Omgevingsvisie, het Besluit kwaliteit leefomgeving en mogelijk ook in de provinciale en gemeentelijke omgevingsvisies.

    Uit de beleidsverkenning blijkt dat veel zaken goed gaan en voldoende zijn geborgd in (inter)nationale, regionale en lokale regelgeving, convenanten, beleidsdocumenten en samenwerkingsprogramma’s. De formulering van de huidige hoofddoelstellingen van de Structuurvisie Waddenzee behoeft geen aanpassing.

    Anderzijds is er wel noodzaak om de inzet op de realisatie van de herstel- en ontwikkelingsdoelstellingen verder te vergroten. Dit is in lijn met de aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer (2013) en van de evaluatie van de Structuurvisie Wadden (SVW, 2015).

    De uniciteit van het Waddengebied op wereldniveau ligt vooral in haar dynamiek en in de betekenis van dit gebied als onmisbare schakel in de East Atlantic Flyway voor circa twaalf miljoen trek- en broedvogels. Daarnaast is het Waddengebied van betekenis voor de continentale Swimway. Voor beide is het belangrijk dat het voedselweb op orde is.

    De herstel- en ontwikkeldoelstellingen vereisen een nadere uitwerking, om beter te kunnen bepalen welke interventies voor de komende decennia noodzakelijk zijn. Dit kan het beste worden ingevuld door ontwikkeling en beheer te verbinden en door (meer) ruimte te laten om in te spelen op kansen in de toekomst (adaptief beleid). Sociaal en economisch kent het Waddengebied enkele kwetsbare gebiedsdelen. Er zijn mogelijkheden om de sociaal- economische structuur te versterken.

    In de beleidsverkenning zijn mogelijkheden geschetst om te komen tot een economie die enerzijds de natuur als waarde ziet en ontwikkelt en anderzijds de economische spin off van deze natuurwaarden benut: een excellente duurzame waddeneconomie. Een gebied dat toeristisch aantrekkelijk en cultuurhistorisch boeiend is, met duurzame innovatieve initiatieven en met de UNESCO Werelderfgoedstatus als inspiratiebron.

    Een ander belangrijk aandachtspunt ligt in de natuurlijke en economische betekenis van het open landschap van het Waddengebied enerzijds en de ruimtevraag voor duurzame energie (bijvoorbeeld windturbines) en bedrijvigheid anderzijds.

    Ten slotte geeft het onderzoek het belang aan van het goed benutten van het nieuwe instrumentarium van de Omgevingswet, eenduidigheid in sturing en beheer, het vervolmaken van de beleidscyclus door kennis en monitoring en het bespreekbaar maken van bestaande en nieuwe patronen tot succesvolle samenwerking.

    Terschelling aan het wad
    Terschelling aan het wad

  • Tussentijdse evaluatie Samenwerkingsagenda Verbetering Beheer Waddenzee
    In 2013 verscheen het rapport ‘Waddengebied: natuurbescherming, natuurbeheer en ruimtelijke inrichting’ van de Algemene Rekenkamer (AR). De AR concludeerde dat in het Waddengebied veel beheerders actief zijn, waardoor de afstemming en uitwisseling van informatie vaak niet goed verloopt en niet doelmatig wordt gewerkt. De uitvoering van het Waddenbeleid wordt ook niet consequent en eenduidig gemonitord en geëvalueerd.

    Als reactie op het rapport van de AR hebben het Regiecollege Waddengebied (RCW) en de Beheerraad Waddengebied in 2014 een Samenwerkingsagenda Beheer Waddenzee (SAW) opgesteld. Hoofddoel is om in 2018 te werken als ware men één beheerder.

    In 2016 is een tussentijdse evaluatie van de samenwerkingsagenda uitgevoerd. De samenvattende conclusie luidde dat vele grote en kleine stappen zijn gezet richting een betere samenwerking. In het algemeen lijkt er sprake van een positieve 'flow'. Het onderling vertrouwen is toegenomen en partijen herkennen wederzijdse afhankelijkheid voor het realiseren van goed beheer van de Waddenzee.

    De voortgang van de uitvoering van afzonderlijke acties in de SAW is in het algemeen goed. In een update van de SAW zijn zorg- en verbeterpunten opgenomen, zoals op het gebied van de NB-wet vergunningen (Natuurbeschermingswet), het gezamenlijke handhavingsprogramma en aansturing van de SAW.

  • Integraal Managementplan Eemsestuarium
    Het Integraal Managementplan Eemsestuarium (IMP, 2013) is de paraplu waar de Nederlandse en de Duitse belangen en ideeën voor een integraal beheer van de Eems- Dollard samenkomen. Het Eemsestuarium ligt zowel op Nederlands als Duits grondgebied en maakt deel uit van Natura 2000, het Europese netwerk van beschermingszones.

    In het IMP is geïnventariseerd welke Natura 2000-waarden in het gebied aanwezig zijn en hoe deze waarden kunnen worden behouden. De Nederlandse en Duitse overheid werken op dit moment aan een gemeenschappelijke verklaring. Daarin willen zij uitspreken om bij de realisatie van de vereisten van de Vogel- en Habitatrichtlijn de samenwerking te versterken en om bij de verdere implementatie daarvan in de Eems-Dollard de ecologische en economische belangen zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen.

Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Rijkswaterstaat, Unie van Waterschappen, VNG, IPO en Vewin.

Over De Staat van Ons Water

Elk jaar wordt aan de Tweede Kamer gerapporteerd hoe het staat met de uitvoering van het waterbeleid in Nederland. Dat gebeurt middels de Staat van Ons Water. De rapportage vermeldt de ontwikkelingen in het voorgaande jaar en wordt jaarlijks in mei geactualiseerd. De getoonde gegevens gaan daarom grotendeels over 2015.

Op staatvanonswater.nl vind je algemene informatie over aansprekende onderwerpen zoals de beschikbaarheid van schoon water, hoe ons land beschermd wordt tegen overstromingen en hoe de Nederlandse expertise op watergebied wereldwijd wordt ingezet. Wat het waterbeheer zoal kost en wat en waarvoor je precies betaalt wordt ook uit de doeken gedaan.

Het beleid waarover wordt gerapporteerd is vastgelegd in het Nationaal Waterplan 2016-2021, het Bestuursakkoord Water 2011 en de Beleidsnota Drinkwater. In de Staat van Ons Water wordt eveneens verslag gedaan over de uitvoering van de Europese richtlijnen over waterkwaliteit, overstromingsrisico’s en de mariene strategie voor de Noordzee.  

De vele links op de site helpen je om makkelijk te kunnen doorklikken naar verdere achtergrondinformatie.

Over Ons Water

Wij willen Nederlanders bewuster maken van water. Door te laten zien wat er aan watermanagement gebeurt in Nederland en bij jou in de buurt. Door te laten zien wat er nodig is voor de toekomst, want we zijn nooit klaar met ons water. En door tips te geven wat je zelf kunt doen. 

Kijk op onswater.nl. Daar kun je op jouw postcode informatie en verhalen vinden.

Vragen of opmerkingen?

Voor vragen, opmerkingen en/of suggesties over staatvanonswater.nl kun je mailen naar: info@staatvanonswater.nl