Meer weten over ons waterbeleid

Financiën
  • Samenvatting

    Samenvatting voortgangsrapportage Staat van Ons Water 2017
  • Bestuurlijke ontwikkelingen

    De rol van overheden en instanties uitgelegd
    Wie gaat over wat?
  • Waterveiligheid

    Alles rondom waterveiligheid
    Zijn we goed beschermd?
  • Waterkwaliteit

    De kwaliteit van water in onze omgeving
    Hoe zit het met waterkwaliteit?
  • Waterbeschikbaarheid en de waterketen

    Over de beschikbaarheid van water
    Is er voldoende water?
  • Water en leefomgeving

    De invloed van water op de leefomgeving
    Hoe beïnvloed het klimaat en/of water ons landschap?
  • Grote wateren

    Wat gebeurt er rond de Grote Wateren?
  • Water en duurzaamheid

    Afvalwater als bron van energie en grondstoffen
    Hoe duurzaam is de waterketen?
  • Innovatie en internationaal

    Nederland: waterexpert van de wereld
    Wat doen we met onze waterkennis?
  • Financiën

    Je waterrekening toegelicht
    Hoeveel kost dat waterbeheer ons?
  • Financiën

    Overheden en drinkwaterbedrijven geven jaarlijks ruim zeven miljard euro uit om Nederland tegen overstromingen te beschermen en voor de beschikbaarheid van voldoende en schoon water. Deze kosten worden betaald uit belastingen voor rioolgebruik, afvalwaterzuivering, het beheer van alle wateren, de dijken en gemalen en uit de drinkwaterrekening. Als gevolg van onder meer de klimaatverandering nemen de kosten de komende jaren toe. In 2011 spraken de waterpartijen af om de kostenstijging te beperken en de beschikbare middelen zo doelmatig mogelijk te besteden.

  • Wat kost het waterbeheer ons?

    De infographic ‘Financiën I’ geeft inzicht in de ontwikkeling sinds 2010 van de kosten van de verschillende organisaties met een taak in het waterbeheer en in de totale kosten van het Nederlandse waterbeheer. De bedragen hebben prijspeil 2017. De totale kosten in 2017 bedroegen 7,1 miljard euro, wat 3,1 procent lager is dan in 2016. Deze daling komt met name door lagere programma-uitgaven bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW). De programmering bij het Rijk varieert van jaar tot jaar, waardoor ook de uitgaven jaarlijks fluctueren. Zie hiervoor ook het jaarverslag van het Deltafonds en van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (Hoofdstuk XII Rijksbegroting). Deze infographic geeft ook een beeld van de verdeling van de uitgaven van het ministerie van IenW en de kosten van de waterschappen over hun belangrijkste beleidstaken in 2010 en 2017. Bij zowel de waterschappen als het ministerie van IenW is met name het aandeel van de kosten voor het beleidsveld ‘waterkeringen’ toegenomen. Dit weerspiegelt het toegenomen belang van de waterveiligheidstaak, gezien de zeespiegelstijging, perioden met pieken in de afvoer van rivierwater en bodemdaling.

    Financiën I
    Financiën - uitgaven 2018

     

    De infographic ‘Financiën II’ geeft een overzicht van de Rijksfinanciën die voor het water-beleid beschikbaar zijn. De figuur laat de cijfers zien voor integraal -waterbeheer uit Hoofdstuk XII (2018-2023) van de Rijksbegroting en het budget van het Deltafonds voor de periode 2017-2031. Uit het Deltafonds worden maatregelen -gefinancierd voor de waterveiligheid, zoetwatervoorziening en waterkwaliteit. Voor beide Hoogwaterbeschermingsprogramma’s (HWBP-2 en HWBP) die uit het Deltafonds worden gefinancierd, is sprake van cofinanciering door de waterschappen. In 2017 bedroeg de bijdrage van de waterschappen 188 miljoen euro.

    Financiën II
    Financiën Deltafonds 2018


  • Doelmatigheidswinst

    In onze laaggelegen delta worden voortdurend maatregelen genomen in het watersysteem om de veiligheid, bewoonbaarheid en volksgezondheid te garanderen. Om de noodzakelijke maatregelen te nemen en tegelijk de rekening (met name belastingen) voor huishoudens en bedrijven betaalbaar te houden, hebben de overheden met een rol in het waterbeheer en de drinkwaterbedrijven in 2011 in het Bestuursakkoord Water (BAW) afgesproken om de kostenstijgingen te beperken. Dit moet leiden tot een gematigde lastenontwikkeling. Het beperken van de kostenstijging gebeurt door het vergroten van de doelmatigheid door meer en intensiever samen te werken en door interne besparingen. De doelmatigheidswinst die de waterbeheerders en de drinkwaterbedrijven nastreven, loopt tot 2020 geleidelijk op naar minimaal 750 miljoen euro per jaar ten opzichte van 2010. Het totaalbedrag bestaat uit 450 miljoen euro in de waterketen (drinkwater, riolering en afvalwaterzuivering) en 300 miljoen euro in het watersysteem (waterkeringen, oppervlaktewater, grondwater, waterbodems, oevers en kunstwerken).

    Financiën doelmatigheidswinst
    Doelmatigheidswinst 2018

     

    Om na te gaan of de afgesproken gematigde lastenstijging en doelmatigheidswinst daadwerkelijk worden gerealiseerd, wordt door de BAW-partners langs drie parallelle sporen gemonitord:

    Spoor 1:         Ontwikkeling van de lokale lasten en kosten

    Spoor 2:         Doelmatigheidswinst in de praktijk

    Spoor 3:         Ontwikkeling van de geleverde prestaties door de partijen

    Op de sporen 1 en 2 wordt jaarlijks gemonitord en gerapporteerd in De Staat van Ons Water. In het jaar nadat de drie grote benchmarks in de waterketen (drinkwater, riolering en afvalwaterzuivering) zijn verschenen, wordt een integrale rapportage op alle sporen gemaakt. In het vervolg van dit hoofdstuk worden de ontwikkelingen over 2017 beschreven in het eerste en tweede spoor.

  • Spoor 1: Ontwikkeling van de lokale lasten en kosten

    In het eerste spoor worden de werkelijke belastingopbrengsten of kosten van de waterbeheerders en de drinkwaterbedrijven vergeleken met de prognose uit het BAW. De prognose geeft aan hoe de opbrengst-/kostenontwikkeling zou zijn geweest zonder de invloed van het BAW. Als de werkelijke ontwikkeling lager is dan de prognose, geeft dit aan dat er voldoende doelmatigheidswinst wordt behaald.

  • Belastingopbrengsten afvalwaterketen

    De grafieken laten de relatie zien tussen de feitelijke ontwikkeling (stippen), de oorspronkelijke prognose (gele lijn) en de prognose inclusief de doelmatheidsdoelstelling (groene lijn) van de opbrengst van de rioolheffing van de gemeenten en de zuiveringsheffing van de waterschappen. Uit deze grafieken blijkt dat de trend van een gematigde stijging van de heffingen voor de afvalwaterketen ook in 2017 is voortgezet. De feitelijke opbrengst daalt iets omdat de opbrengststijging lager is dan de inflatie. De besparingen op de heffingsinkomsten worden tot nu toe sneller gerealiseerd dan bij het afsluiten van het BAW werd ingeschat. De werkelijke belastingopbrengst van de waterschappen en gemeenten in de afvalwaterketen ligt momenteel 437 miljoen euro onder de ‘BAW-prognose zonder doelmatigheidswinst’.

    Ontwikkeling van de totale belastingopbrengsten voor de afvalwaterketen
    Figuur 9.1 Ontwikkeling van de totale belastingopbrengsten voor de afvalwaterketen

    Ontwikkeling van de heffingsinkomsten van de rioolheffing van de gemeenten
    Figuur 9.2 Ontwikkeling van de heffingsinkomsten van de rioolheffing van de gemeenten

    Ontwikkeling van de opbrengst van de zuiveringsheffing van de waterschappen
    Figuur 9.3 Ontwikkeling van de opbrengst van de zuiveringsheffing van de waterschappen

    De besparingen zijn mede te danken aan de toepassing van een andere investeringsstrategie. Deze kent een aantal aspecten.

    1. Deze strategie is gebaseerd op het intensiever meten en monitoren van afval- en regenwaterstromen. Het inzicht in de feitelijke toestand en het functioneren van de afvalwaterketen neemt hierdoor toe. Op basis van dit inzicht en het beter benutten van de beleidsvrijheid van gemeenten en waterschappen (lokaal maatwerk in plaats van het dogmatisch toepassen van (generieke) normen), worden nut en noodzaak van investeringen beter in beeld gebracht dan voorheen.
    2. Uit de toepassing van assetmanagement blijkt dat de technische levensduur van infrastructuur vaak aanzienlijk langer is dan waarvan ten tijde van de bouw werd uitgegaan. Met risicogestuurd onderhoud wordt de technische levensduur optimaal benut met behoud van bedrijfszekerheid.
    3. Gemeenten en waterschappen stemmen beleid en investeringsbeslissingen steeds meer op elkaar af, waardoor soms gezamenlijk besluiten en investeringsbeslissingen worden genomen. Zo is het voor een waterschap soms aantrekkelijk om een financiële bijdrage te leveren aan een investering in een rioleringsstelsel van een gemeente als daarmee een duurdere uitbreiding van een afvalwaterzuiveringsinstallatie wordt voorkomen.

    Als gevolg van de andere investeringsstrategie zijn investeringsprogramma’s aangepast, waarbij het uitgangspunt is gehanteerd dat dit geen negatieve gevolgen voor de prestaties heeft.


    Kostenbesparing door afstemming investeringen

    Op basis van een gezamenlijke studie van Waterschap Drents Overijsselse Delta en de gemeenten Hoogeveen en De Wolden bespaart het waterschap ongeveer vier miljoen euro op een investering in de rioolwaterzuivering in Echten. De gemeente Hoogeveen werkt in de komende jaren aan een climate proof centrumgebied, dat beter extreme neerslag kan verwerken. Het gaat daarbij om het plaatsen van extra stuwen, het verruimen van bestaande watergangen en vijvers en het aanleggen van nieuwe watergangen die met elkaar in verbinding staan. Het waterschap draagt daaraan bij door aanpassingen mee te financieren. Hierdoor is de voorgenomen uitbreiding van de installatie niet meer nodig.

    De kosten voor het verbeteren van het waterstelsel in het centrumgebied van Hoogeveen bedragen één miljoen euro. Het waterschap draagt hier 300.000 euro aan bij. Daarnaast financiert het waterschap 450.000 euro mee aan verbeteringen in de riolering. Rioolstelsels worden omgebouwd en regenwater wordt van het riool afgekoppeld. Het regenwater infiltreert door deze verbeteringen in de grond of wordt afgevoerd op het waterstelsel, in plaats van dat het op straat blijft staan of via de regenpijp in de riolering terechtkomt.
  • Drinkwaterkosten

    Figuur 9.4 laat zien dat de kosten van de drinkwaterbedrijven zich gunstiger ontwikkelen ten opzichte van de prognose uit het BAW. Dit komt doordat besparingen versneld zijn doorgevoerd en extra besparingen zijn gerealiseerd in de operationele bedrijfsvoering. Daarnaast blijven de investeringen iets achter bij de prognose door verbeteringen in het assetmanagement. Ook de drinkwaterbedrijven hebben hierbij het uitgangspunt gehanteerd dat bijstellingen van het investeringsprogramma niet tot een lagere kwaliteit van de taakuitvoering en dienstverlening mag leiden. Dit beeld geldt voor alle drinkwaterbedrijven. De werkelijke kosten van de drinkwaterbedrijven liggen zestig miljoen euro onder de ‘BAW-prognose zonder doelmatigheidswinst’.

    Ontwikkeling van de drinkwaterkosten
    Figuur 9.4 Ontwikkeling van de drinkwaterkosten

  • Totale belastingopbrengst waterschappen

    Als gevolg van het BAW komen sommige uitgaven voor rekening van de waterschappen, die voorheen door het Rijk werden betaald. De waterschappen hebben de muskusrattenbestrijding overgenomen van de provincies, wat voorheen voornamelijk werd bekostigd via het Provinciefonds. Tot 2011 werd het Hoogwaterbeschermingsprogramma volledig bekostigd uit de Rijksbegroting. Vanaf 2011 betalen ook de waterschappen mee. Inmiddels is dit opgelopen tot een bedrag van 188 miljoen euro in 2017.

    Ontwikkeling van de totale belastingopbrengsten van de waterschappen
    Figuur 9.5 Ontwikkeling van de totale belastingopbrengsten van de waterschappen

    Uit figuur 9.5 blijkt dat de belastingopbrengsten aanzienlijk minder sterk stijgen dan zoals werd voorzien bij het afsluiten van het BAW. De gematigde stijging van de belastingopbrengsten wordt voor een deel veroorzaakt door de vele doelmatigheidsinitiatieven die de waterschappen ontplooien, zowel in eigen huis als met andere partners. Daarnaast hebben de waterschappen in 2011 een deel van de toegenomen kosten voorgefinancierd en niet ten laste gebracht van de belastingplichtigen. In de prognose werd ervan uitgegaan dat alle extra kosten direct in de belastingopbrengst kwamen. Hierdoor werd in 2011 direct een structureel ’grote voorsprong’ genomen ten opzichte van de prognose.

    In 2017 lag de totale belastingopbrengst van de waterschappen 425 miljoen euro onder de ‘BAW-prognose zonder doelmatigheidswinst’. Na aftrek van de gerealiseerde doelmatigheidswinst in de waterketen, resteert een doelmatigheidswinst van circa 240 miljoen euro die de waterschappen hebben gerealiseerd in het watersysteem.

  • Ontwikkelingen bij de provincies

    Uit de onderstaande grafiek blijkt dat de kosten voor het waterbeheer bij de provincies in de afgelopen jaren sterk zijn gedaald. Deze daling komt met name door de overdracht van de muskusrattenbestrijding naar de waterschappen in 2011, waarmee de provincies een kostenbesparing realiseerden van 25 miljoen euro. Daarnaast verviel sinds 2012 de integratie-uitkering rivierdijkversterkingen/hoofdwaterkeringen, waaruit de rente en aflossingen op de verstrekte bijdragen aan de waterschappen werd bekostigd. Hiermee werd een korting van circa 42 miljoen euro doorgevoerd op het provinciefonds. De kosten zijn met ruim 145 miljoen euro gedaald ten opzichte van 2010, door toegenomen efficiency en diverse wijzigingen in het beleid en ambities van de provincies.

    Ontwikkeling van de kosten van de watertaken van de provincies (in miljoenen euro’s)
    Figuur 9.6 Ontwikkeling van de kosten van de watertaken van de provincies (in miljoenen euro’s)

  • Ontwikkelingen bij Rijkswaterstaat

    De uitgaven van Rijkswaterstaat (RWS) zijn onderdeel van de begroting van het ministerie van IenW. Deze begroting wordt met name gevoed vanuit de algemene middelen. Het is voor RWS niet mogelijk om de autonome ontwikkeling van de belastingopbrengsten af te zetten tegenover de doelmatigheidswinst. De doelmatigheidsdoelstelling maakt onderdeel uit van het totaalpakket aan efficiencymaatregelen van 800 miljoen euro ter dekking van de onderhoudsproblematiek tot en met 2020. De Tweede Kamer wordt hierover jaarlijks geïnformeerd in bijlage 4 van de Infrastructuurbegroting van IenW. De verwachte prognoserealisatie bedraagt 815-820 miljoen euro in de Infrastructuurbegroting 2018. De beoogde efficiencymaatregelen worden dus ruimschoots gerealiseerd. Voor het hoofdwatersysteem geldt dat de prijs voor zandsuppleties is gedaald waardoor de efficiencydoelstellingen op het beheer en onderhoud van het hoofdwatersysteem zijn behaald.

    Ontwikkeling doelmatigheidswinst Rijkswaterstaat
    Figuur 9.7 Ontwikkeling doelmatigheidswinst Rijkswaterstaat
  • Lastendruk voor burgers en bedrijven

    Elk huishouden en bedrijf betaalt jaarlijks verschillende belastingen van de overheden die het waterbeheer in ons land uitvoeren en daarnaast de drinkwaterrekening van het waterbedrijf. Onderstaande infographic laat zien wat gemiddeld is betaald en aan wie door een gezin met één kind dat in een koopwoning woont (prijspeil 2017).

    Lastendruk meerpersoonshuishouden koop 2018

    Dezelfde berekening is gemaakt voor zes andere, veel voorkomende situaties in ons land. Onderstaande infographics geven weer wat het betreffende huishouden of bedrijf gemiddeld in ons land betaalde aan:

    a.         watersysteem- en wegenheffing aan het waterschap;
    b.         zuiveringsheffing aan het waterschap;
    c.         rioolheffing aan de gemeente;
    d.         bedrag voor het drinkwaterverbruik aan het drinkwaterbedrijf (om de kosten van de drinkwatervoorziening te dekken);
    e.         rijksbelastingen die bovenop het drinkwatertarief komen (BTW en de Belasting op Leidingwater), die door de drinkwaterbedrijven ten behoeve van het Rijk worden geïnd;
    f.          overige rijksbelastingen ten behoeve van de taken die het Rijk in het waterbeheer heeft;
    g.         provinciale en rijksbelastingen ten behoeve van de watertaken van de provincies (prijspeil 2017).

    Lastendruk Meerpersoonshuishouden huur 2018

    Lastendruk 1-persoonshuishouden huur 2018

    Lastendruk 1-persoonshuishouden koop 2018

    Lastendruk agrarisch bedrijf 2018

    Lastendruk groothandel 2018

    Lastendruk productiebedrijf voedingsmiddelen 2018

    De lastendruk als gevolg van de belastingen van waterschappen en gemeenten en de tarieven voor drinkwater van de drinkwaterbedrijven bleef in de periode 2010-2017 min of meer stabiel. Dit betekent dat dit deel van de lastendruk zich dus met het inflatieniveau heeft ontwikkeld. Het bedrag aan rijksbelastingen voor het waterbeheer fluctueert wat meer. Dit komt doordat de kosten van het Rijk voor een deel programma-uitgaven zijn, die een dergelijk verloop kennen.

    Voor drie bedrijfssituaties (agrarisch bedrijf, groothandel en productiebedrijf) is het niet mogelijk om betrouwbaar in beeld te brengen hoeveel er aan rijks- en provinciale belastingen per bedrijf wordt betaald voor de watertaken van het Rijk en de provincies. Daarom ontbreken deze bedragen in de laatste infographic. Wel kan op basis van de uitgaven van het Rijk en provincies worden afgeleid hoeveel van de Rijks- en provinciale belastingen die bedrijven in Nederland in totaal betalen, wordt besteed aan watertaken van het Rijk en provincies. Dit is in tabel 9.8 weergegeven.

    Rijks- en provinciale belastingen die de bedrijven in Nederland in totaal voor de watertaken van het Rijk en de provincies betalen (bedragen in miljoenen euro’s, prijspeil 2017)
    Tabel 9.8 Rijks- en provinciale belastingen die de bedrijven in Nederland in totaal voor de watertaken van het Rijk en de provincies betalen (bedragen in miljoenen euro’s, prijspeil 2017)

  • Spoor 2: Doelmatigheidswinst in de praktijk

  • Samenwerking in de waterketen (gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven)

    Het grootste deel van de in het BAW afgesproken doelmatigheidswinst wordt gerealiseerd in de waterketen. Hier stemmen de gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven hun taken zoveel mogelijk af. De gemeenten en waterschappen hebben hun krachten gebundeld in 49 regio’s, waarbij ook de drinkwaterbedrijven zijn betrokken. De koepels Unie van Waterschappen, Vereniging van Nederlandse Gemeenten en Vereniging van Waterbedrijven in Nederland stimuleren en faciliteren de samenwerkingsverbanden. De samenwerking is voorts gefaciliteerd via kenniscoaches en het digitale platform samenwerkenaanwater.nl. Tot slot brengen de drie koepels jaarlijks de voortgang en het tussentijdse resultaat van de samen-werking in beeld. De resultaten van de laatst gehouden monitor met als peildatum ‘ultimo 2017’ zijn in het vervolg van deze paragraaf weergegeven.

    Figuur 9.9 geeft de doelrealisatie van de besparing op de jaarlijkse kosten per regio voor de gemeenten en waterschappen aan het eind van 2017 weer. De doelrealisatie is uitgedrukt in een percentage ten opzichte van de ambitie voor 2020 die de regio’s hebben vastgelegd in plannen. Als de door de regio’s aangeleverde cijfers worden opgeteld, blijkt dat de regio's op dat moment 93 procent van de door hen zelf beoogde kostenbesparing in de afvalwaterketen hadden gerealiseerd.

    Doelrealisatie kostenbesparingen samenwerkingsregio’s van gemeenten en waterschappen; doelrealisatie kostenbesparingen drinkwaterbedrijven
    Figuur 9.9 Doelrealisatie kostenbesparingen samenwerkingsregio’s van gemeenten en waterschappen (percentage realisatie eind 2017 t.o.v. ambitie in 2020)
    Figuur 9.10 Doelrealisatie kostenbesparingen drinkwaterbedrijven (percentage realisatie eind 2017 t.o.v. ambitie in 2020)

    Figuur 9.10 geeft hetzelfde inzicht voor de drinkwaterbedrijven weer. De getotaliseerde gerealiseerde kostenbesparing van de drinkwaterbedrijven bedroeg eind 2017 134 procent van hun eigen ambitie voor het jaar 2020.

    Naast het werken aan doelmatigheid zetten gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven ook concrete stappen om de kwaliteit van de uitvoering van de beheertaken in de waterketen te verhogen en de personele kwetsbaarheid te verminderen. De kwaliteit van de uitvoering van de beheertaken (en keuzes die daarbij aan de orde zijn) vormt een belangrijke bouwsteen voor de te realiseren kostenbesparingen. Dat geldt voor de periode tot 2020 en daarna. Belangrijke partijen hierbij zijn de kennisinstituten van de gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven: Stichting RIONED, STOWA en KWR Water Research. Deze organisaties doen gezamenlijk onderzoek om hun productie- en distributieprocessen te verbeteren en in te spelen op toekomstige ontwikkelingen. Voorts geldt dat bij de organisaties innovatie een speerpunt is. Daarnaast zijn de drie benchmarks in de waterketen een belangrijk instrument om het kwaliteitsniveau van de drinkwaterbedrijven, gemeenten en waterschappen onderling te monitoren. De uitkomsten worden gebruikt om de eigen bedrijfsprocessen verder te optimaliseren en te professionaliseren.

    Voor de afvalwaterketen, waarin de gemeenten en waterschappen actief zijn, geldt dat inzicht in de feitelijke toestand en het functioneren van de keten leidt tot optimale beheers- en investeringsbeslissingen bij vervanging van voorzieningen (riolering, gemalen, zuiveringen en dergelijke), bij het realiseren van de opgaven klimaatadaptatie en water-kwaliteit en bij maatregelen in het dagelijks beheer (zoals reinigen en inspecteren).

    Kwaliteit van de dienstverlening is voor de drinkwaterbedrijven topprioriteit en zij werken dan ook voortdurend aan het vergroten van hun professionaliteit. Dat gebeurt bijvoorbeeld door kwaliteitscertificering en daaraan gekoppelde interne kwaliteitsaudits. Ten slotte is training en opleiding een speerpunt bij alle bedrijven.

    De regio’s en drinkwaterbedrijven hebben ook voor het thema kwaliteit ambities geformuleerd. De figuren 9.11 en 9.12 geven de doelrealisaties weer van deze ambities voor de waterschappen en gemeenten respectievelijk de drinkwaterbedrijven aan het eind van 2017. Voor de waterschappen en gemeenten geldt dat de regio’s gemiddeld inmiddels 68 procent van de eigen ambitie hebben gerealiseerd op het gebied van kwaliteit. Uit het kaartbeeld blijkt dat een aantal regio’s goed op koers ligt om de eigen doelstellingen in 2020 te realiseren. Voor de drinkwaterbedrijven is de gemiddelde realisatie 85 procent, wat betekent dat zij eveneens op koers liggen wat betreft het halen van de eigen kwaliteitsdoelstellingen.

    Doelrealisatie op terrein van kwaliteit van de samenwerkingsregio’s van gemeenten en waterschappen; doelrealisatie op terrein van kwaliteit van de drinkwaterbedrijven
    Figuur 9.11 Doelrealisatie op terrein van kwaliteit van de samenwerkingsregio’s van gemeenten en waterschappen (percentage realisatie eind 2017 t.o.v. ambitie in 2020)
    Figuur 9.12 Doelrealisatie op terrein van kwaliteit van de drinkwaterbedrijven (percentage realisatie eind 2017 t.o.v. ambitie in 2020)

    De regio’s en drinkwaterbedrijven hebben ook voor het thema personele kwetsbaarheid ambities geformuleerd. Voor de gemeenten en waterschappen gaat het onder meer om gezamenlijke kennisontwikkeling, specialisatie in regionaal verband en uitwisseling van personeel. Het verminderen van kwetsbaarheid leidt tot het garanderen van continuïteit in de uitvoering van de beheertaken en tot een verhoging van de kwaliteit ervan (professionaliteit). Ook de drinkwaterbedrijven werken hard aan het verlagen van de kwetsbaarheid van hun organisaties. Kennis wordt vastgelegd in managementsystemen, er is veel aandacht voor kennisoverdracht bij de medewerkers en tussen de bedrijven onderling worden kennis en ervaringen structureel uitgewisseld.

    De figuren 9.13 en 9.14 geven de doelrealisaties weer van de ambities op het terrein van personele kwetsbaarheid voor de regio’s van gemeenten en waterschappen respectievelijk drinkwaterbedrijven.

    Gemeenten en waterschappen hebben aan het eind van 2017 gemiddeld 61 procent gerealiseerd van de ambitie op het gebied van kwetsbaarheid. Een aantal regio’s ligt goed op koers om haar doelstellingen in 2020 te realiseren. De drinkwaterbedrijven hebben gemiddeld 89 procent gerealiseerd van de ambities, waaruit blijkt dat ook zij op koers liggen.

    Doelrealisatie op aspect vermindering van kwetsbaarheid van de samenwerkingsregio’s van gemeenten en waterschappen; doelrealisatie op aspect vermindering van kwetsbaarheid van de drinkwaterbedrijven
    Figuur 9.13 Doelrealisatie op aspect vermindering van kwetsbaarheid van de samenwerkingsregio’s van gemeenten en waterschappen (percentage realisatie eind 2017 t.o.v. ambitie in 2020)
    Figuur 9.14 Doelrealisatie op aspect vermindering van kwetsbaarheid van de drinkwaterbedrijven (percentage realisatie eind 2017 t.o.v. ambitie in 2020)


  • Overige doelmatigheidswinst drinkwaterbedrijven

    Buiten de waterketen werken drinkwaterbedrijven ook veel samen met andere organisaties om de doelmatigheid te vergroten en de kosten en overlast voor de burger te verminderen. Concreet gebeurt dat in alle regio’s met nutsbedrijven, waarbij het doel is om de overlast bij het openleggen van de straat voor de burger en bedrijven zo laag mogelijk te houden. In toenemende mate wordt daarbij gewerkt met gecombineerde werkzaamheden van verschillende nutsfuncties (water, gas, elektra, kabels), waarbij ook aanbesteden, projectmanagement en toezichthouden steeds vaker gezamenlijk worden opgepakt.

  • Doelmatigheidswinst waterschappen buiten de waterketen

    Ook buiten de waterketen genereren de waterschappen extra doelmatigheidswinst in het waterbeheer. Dit gebeurt door maatregelen in de eigen organisatie en door de samenwerking met andere waterschappen, gemeenten, Rijk en provincies te verbreden en te intensiveren.


    Waterkring de Baronie

    Waterschap Brabantse Delta, waterbedrijf Brabant Water en de gemeenten Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Breda, Etten-Leur, Rucphen en Zundert zijn verenigd in Waterkring de Baronie. Het samenwerkingsverband ontstond naar aanleiding van een optimalisatie van de afvalwaterketen. De ambitie van het samenwerkingsverband is te komen tot een operationele samenwerking die is gericht op kennisuitwisseling, kwaliteitsborging, flexibele inzet van personeel en het behalen van kostenbesparingen (circa 14 procent in 2020). Er is gekozen voor een groeimodel waarbij de inhoud van de projecten de samenwerkingsvorm bepaalt. De bereidheid om informatie te delen is groot, aangezien de waterpartners aan hetzelfde doel werken: een kwalitatief goede afvalwaterketen tegen lagere kosten voor de inwoners. In de afgelopen jaren is de lijst van gezamenlijke projecten verdubbeld van circa tien naar twintig projecten. Het gaat om projecten op het gebied van beleid en samenwerking, klimaatbestendige stad, duurzame afvalwaterketen, assetmanagement en modelleren en datamanagement.

  • Doelmatigheidswinst provincies

    Door provincies wordt doelmatigheidswinst behaald door intensievere samenwerking met waterschappen op het gebied van ruimtelijke planvorming. Concrete voorbeelden uit de praktijk bevestigen dat het Bestuursakkoord Water (BAW) daadwerkelijk leidt tot meer samenwerking, efficiency en andere benaderingen die zich uitdrukken in doelmatigheidswinst. Het BAW vormt in de praktijk dus een duidelijke impuls voor de samenwerking.

  • Doelmatigheidswinst Rijkswaterstaat

    Rijkswaterstaat (RWS) heeft zich binnen de scope van het hoofdwatersysteem gecommitteerd aan een doelmatigheidswinst van (afgerond) 25 miljoen euro per jaar. De doelmatigheidsdoelstelling maakt onderdeel uit van het totaalpakket aan efficiency maatregelen van 800 miljoen euro waarmee de kosten voor het beheer en onderhoud beheersbaar blijven. Voor het hoofdwatersysteem realiseert RWS de efficiency door een daling van de prijs voor zandsuppleties. Dit wordt gerealiseerd door een andere wijze van aanbesteden. Er worden langjarig en meerdere percelen tegelijk aanbesteed voor een contractperiode met meer concurrentie. Daarnaast beoogt RWS besparingen te realiseren door het meerjarig contracteren van het overige variabel onderhoud bij het hoofdwatersysteem.

    De beoogde besparing op de kustzandsuppleties voor de periode tot en met 2017 is gerealiseerd. Voor de periode tot 2020 is de prognose dat ook dan de besparing wordt behaald, maar de ontwikkeling van de markt en economie hebben hier een grote invloed op. Deze veroorzaken dat de prognose een beperkte betrouwbaarheid heeft.

  • Conclusies lastenontwikkeling en doelmatigheidswinst

    De doelmatigheidswinst ligt in 2017 op circa 770 miljoen euro en is daarmee hoger dan de afgesproken doelstelling van 750 miljoen euro per jaar in 2020. Met name gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven beperken de kostenstijging, onder meer door samenwerking, interne besparingen, verbeterd assetmanagement en gezamenlijke investeringsbeslissingen. Omdat de doelstelling tot op heden ruimschoots wordt gerealiseerd, ontwikkelen ook de heffingen voor burgers en bedrijven zich gematigder dan zonder het Bestuursakkoord Water het geval zou zijn geweest.

    De komende jaren wordt de monitoring van de doelmatigheidswinst voortgezet, om na te gaan of de doelmatigheidswinst boven de afgesproken waarde blijft. Ook de ontwikkeling van de geleverde prestaties blijft een belangrijk onderdeel in deze monitoring.


    Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier zet gemalen aan in daluren

    Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft honderden gemalen in de regio Kop van Noord-Holland die het waterpeil op orde houden. Het waterschap verbruikt jaarlijks bijna 30 miljoen kWh aan energie voor het peilbeheer en heeft meerdere grotere gemalen die geschikt zijn voor flexibele aansturing. Met een demand respons platform kan het hoogheemraadschap de gemalen of afstand aansturen waardoor ze in daluren kunnen draaien. De aansturing van de gemalen gebeurt met speciale software, die communiceert met het handelsplatform van Eneco-dochter AgroEnergy. Dit platform stelt met behulp van geavanceerde rekenmodellen elke dag de meest optimale APX-biedingen vast voor hun klantenkring (vooral energie-intensieve tuindersbedrijven). Deze flexibele aansturing van gemalen zorgt voor lagere energiekosten van zo’n 20 procent. Met het oog op de veiligheid is er een voorbehoud: als het waterpeil het kritische maximum bereikt gaan de pompen sowieso aan.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Unie van Waterschappen, VNG, IPO en Vewin.

Over De Staat van Ons Water

Elk jaar wordt aan de Tweede Kamer gerapporteerd hoe het staat met de uitvoering van het waterbeleid in Nederland. Dat gebeurt middels de Staat van Ons Water. De rapportage vermeldt de ontwikkelingen in het voorgaande jaar en wordt jaarlijks in mei geactualiseerd. De getoonde gegevens gaan daarom grotendeels over 2017.

Op staatvanonswater.nl vind je algemene informatie over aansprekende onderwerpen zoals de beschikbaarheid van schoon water, hoe ons land beschermd wordt tegen overstromingen en hoe de Nederlandse expertise op watergebied wereldwijd wordt ingezet. Wat het waterbeheer zoal kost en wat en waarvoor je precies betaalt wordt ook uit de doeken gedaan.

Het beleid waarover wordt gerapporteerd is vastgelegd in het Nationaal Waterplan 2016-2021, het Bestuursakkoord Water 2011 en de Beleidsnota Drinkwater. In de Staat van Ons Water wordt eveneens verslag gedaan over de uitvoering van de Europese richtlijnen over waterkwaliteit, overstromingsrisico’s en de mariene strategie voor de Noordzee.  

De vele links op de site helpen je om makkelijk te kunnen doorklikken naar verdere achtergrondinformatie.

Over Ons Water

Wij willen Nederlanders bewuster maken van water. Door te laten zien wat er aan watermanagement gebeurt in Nederland en bij jou in de buurt. Door te laten zien wat er nodig is voor de toekomst, want we zijn nooit klaar met ons water. En door tips te geven wat je zelf kunt doen. 

Kijk op onswater.nl. Daar kun je op jouw postcode informatie en verhalen vinden.

Vragen of opmerkingen?

Voor vragen, opmerkingen en/of suggesties over staatvanonswater.nl kun je mailen naar: info@staatvanonswater.nl